Tuintips.
                           
Deze pagina is mede tot stand gekomen door  de Tuingids uit België.         

Met onder meer tips voor:

Aardbeien, Rabarber, vroeg oogsten, voorkweken aardappelen , het
kweken van Artisjokken, Pastinaak, Prei, de eerste Spinazie,  Wortelen, Bieten, Zomerradijs, Zomer Spinazie, Snijselderei, Maïs, Wit
lof  [Stam] Slabonen, Tomaten en de Tuinkruiden zaaien, gewas- bescherming, Asperges, Lente uitjes, div. soorten slaboontjes en tips in het kort.

 

Tips in het kort.

Schoon.

Als u de tuin helemaal ;zwart ; heeft gemaakt, controleer dan toch of er geen
aardappelen zijn achter gebleven. Ter voorkoming van de aardappel ziekte
is het beter dat ze weggehaald worden. Ook oude koolstronken moet u verwijderen, om knolvoet en witte vlieg geen kans te geven. Neem het mee naar
huis en gooi het in de groen container.


Wortelonkruiden.

Als er op de zwarte grond nog wortel onkruiden staan, zoals brandnetel
zuring en distels, ruim ze dan op met wortel en al, want als er een zachte
winter zoals nu heerst, zullen zij zeker overleven. Deze planten kunnen rus-
tig op de composthoop. Knip de lange wortels wel in stukken. Als er veel
zuring in de tuin staat, kan dat wijzen op kalkgebrek.
 



De Fruittuin

Druiven.
De druiven worden na de bladval, als de plant volledig in rust is, gesnoeid
in de maanden november en december. Als u snoeit in de periode dat de sap
stroom weer op gang komt, is de kans groot dat hij dood bloed.

Planten van fruitstruiken en bomen.
Ongeveer vanaf midden oktober kunnen bessenstruiken geplant worden, iets
later ook de meeste vrucht bomen. Voor planten in de herfst zijn geschikt;
frambozen, zwarte, rode en witte bessen struiken;kruisbessen, bosbessen
en hazelnoot. Van de vruchtbomen; appel, peer, kers, pruim en de walnoot.
In een streek waar de kou vroeg invalt, is het aan te raden om deze werkzaam
heden in het voorjaar te verrichten.

Aardbeien.

Aardbeien vorig jaar geplant?, is het dit jaar er van genieten., afhankelijk welk [e] soort[en] u heeft geplant, kan het al vroeg in de zomer. Al zal het aardbei-
en bed er nu wel niet erg florissant erbij liggen, maak het daarom op tijd onkruid vrij, en maak de grond goed los om de planten heen.
In deze maand [en], kunnen de rassen van de vroegbloeiende al afgedekt worden door middel van een folie tunnel. Dan bloeien ze al in april en geven begin mei de eerste vruchten. Ten tijde van de bloei moet u de tunnel lichtjes open zetten om bestuiving mogelijk te maken.
 De Aardbeien worden onderverdeeld in 2 categorieën,nl, de eenmaal
dragende en de doordragende soorten. Later in het jaar laat u de planten uitlopers vormen.
Op die uitlopers vormen zich nieuwe plantjes,neem een uitloper dan,en plant de eerste rozet in een bloempotje en knip de rest ervan weg,maar laat de eerste rozet aan de moederplant vast,pas als de stek goed groeit,kunt u de 
stek losmaken van de moederplant. Als u een serie nieuwe plantjes heeft dan
een of het aardbeien bed goed omspitten, draai er een partij kompost doorheen zodat er een losse grondlaag ontstaat, waar een teveel aan water vlug weg kan .Plant ze in rijen met een onderlinge afstand van 35 cm uit elkaar
en in een rijafstand van 60 cm. Zorg er goed voor dat de neus van de plant
goed boven de grond blijft staan.
Voor een optimale oogst, kunt u dit beter elk jaar herhalen, dwz, elk  najaar 2
nieuwe rijen er aan toevoegen,en steeds 2 rijen eraf halen, zo blijven de planten optimaal aardbeien leveren.
Vergeet u niet de planten te bemesten na de oogst, dit om een goed herstel
van de planten te krijgen.
Enkele soorten zijn:voor de eenmaal dragende Elsanta, Korona en Lambada en de doordragende soorten zijn naast de bekende Ostara, Everest en Mara
des Bois

 


Bloeiende Aardbeien planten;

Die vragen om extra aandacht tijdens de meeste bloei er van in de maand Mei. Daar dan nog de meeste kans op [zware] nachtvorst aanwezig is.
Zelf heb ik een frame geplaatst [voor het hele jaar] van een voormalige
bungalow tent, en daar over van fijnmazig groene, zogeheten bouwnet.
U ziet ze nog steeds bij in aan/verbouw van woningen en bedrijven.
Voor een goede oogst hebben aardbeien tot aan de volle bloei een vochtige grond nodig, dus bij droogte water geven, en zo min mogelijk de bloesem nat maken. Na de bloei, om de vruchten schoon te houden, kunt u onder de
stengels van de planten, houtspaanders of stro leggen

Vruchten zijn er om gegeten te worden. Het produceren van voor dieren smakelijk vruchtvlees, barstensvol zaad, is voor de plant hèt middel om zich te vermeerderen. Op die manier is gerijpt fruit de schakel tussen flora en fauna: enerzijds voedsel voor het dier en tegelijk een vervoerder van het erfelijk materiaal - het zaad - voor de plant. In deze, na een lange evolutie tot stand gekomen samenwerking, lijkt iedere vrucht afgestemd op een eigen transportmiddel. Voor laag bij de grond verkerende dieren, zoals slangen, hangen de vruchten vlak boven de grond en voor vogels hangen ze hoog in de boom en vallen ze op door hun kleur. In ruil voor het verspreiden van het zaad, dat overigens gebouwd is om de gang door het dierlijke spijsverteringskanaal te overleven, krijgt het dier het zoete en sappige vruchtvlees als beloning.

De aardbei is zo'n vrucht. Ontwikkeld uit de bloembodem van de bloem, bestaat de aardbei uit vruchtvleescellen en een beschermende huid. De zaadjes (eigenlijk piepkleine steenvruchtjes) zijn in het hart van het witte aardbeibloemetje goed te zien. Na de bevruchting worden de vruchtvleescellen aangemaakt. Via de wortels worden deze cellen tijdens de groei met water en mineralen uit de bodem gevuld. Vanuit het blad worden suikers aangevoerd en ontstaat in combinatie met het reeds aanwezige water en de mineralen het voor aardbeien kenmerkende sap. Na verloop van enkele weken begint de rijping. Het chlorofyl, de groene bladkleurstof die onder andere de aardbei haar onrijpe kleur geeft, wordt afgebroken. Door het afbraakproces wordt een rood pigment gevormd, dat de vrucht haar vuurrode kleur geeft. Een signaalkleur, die door menig dier wordt opgemerkt. Tegelijkertijd wordt het in de vrucht opgeslagen zetmeel omgezet in nog meer suiker, wat de aardbei uiteindelijk zoet maakt; daarnaast begint de vrucht een typische aardbeilucht uit te wasemen. Kortom: het zomerkoninkje is klaar voor consumptie, het zaad kan verspreid!

De wilde aardbei (Fragaria vesca) is een inheemse plant die op dijkhellingen, in duinpannen en in bossen groeit. De plant heeft een voorkeur voor kalkhoudende grond. De Franse ingenieur Frézier, die uitgezonden werd naar Zuid-Amerika, nam op zijn terugtocht de eveneens wilde, maar veel grotere Chileense aardbei mee. Gekruist met een Noordamerikaanse variant vormde deze de basis voor de huidige gekweekte aardbeirassen. De naam Frézier leeft nog voort in fraise, het Franse woord voor aardbei.

Aardbeien bevatten veel vitame C: 60 mg op 100 gram vruchtvlees. Daarnaast zit er nog wat vitamine A in en mineralen. De voedingswaarde per 100 gram vruchtvlees is 96 kJ (23 kCal.) Bij het koken van de aardbei, zoals dat bijvoorbeeld bij het vroeger zo populaire 'wecken' plaatsvindt, gaat veel vitamine C verloren. Versgeplukt en even onder de koude kraan afgespoeld, zijn ze het lekkerst en het gezondst!

 


De groentetuin.

Verse groenten zo vroeg mogelijk.

Wat een plezier zult u er aan beleven om met de eerste groenten thuis te komen, mits u gebruik maakt van een tunnel, platte bak of nog beter een kweekkas. U heeft vele mogelijkheden, waaronder, radijs, sla, komkommer, en tuinkers. Alle planten hebben veel licht nodig, en voldoende vocht, en bij
een teveel aan warmte, op tijd luchten. Let wel: geef zoveel mogelijk lauw
warm water.
Half januari kunt u al beginnen met het voorkweken in de koude bak van
erwten, peulen, kapucijners en tuin bonen. Zorg wel dat de grond niet te koud
en te nat is. Het beste is om de ramen al een tijdje van te voren op de bakken te leggen, zodat de grond kan opwarmen.
Zaai in kistjes van 15 cm. hoog, dan hebben de planten voldoende ruimte om op te groeien. Mocht het na de 1ste keer niet lukken, niet getreurd, er is nog tijd voldoende voor meerdere pogingen.

Vroege rabarber

Rabarber laat prima vervroegen, zodra de grond vorstvrij is, kunnen enkele planten bedekt worden met een emmer, tonnen of kisten. Deze worden rondom geïsoleerd met bladeren, stalmest of compost.
Een warme zonnige plaats, is bijzonder geschikt. Bij zacht en regenachtig weer kan de afdekking in de middag tijdelijk worden verwijderd.        
 Rabarber en dan met name de oude planten, dienen om de 6 tot 8 jaar eruit gehaald te worden, en door het scheuren van de planten, ontstaat er een goede groei voor het volgende jaar. Als u een soort wilt aanschaffen, neem dan de rood stelige soort, deze is minder zuur van smaak. Graaf een gat van 2 spaden diep, en verbeter de grond met stalmest en compost. Let wel, de rabarber heeft het hele jaar goede voeding nodig, bij het oogsten heeft u er weer baat bij.

 



Voorkweken Aardappelen.

Voor het telen van vroege aardappelen, bieden veel tuinen goede mogelijk-
heden. Om vroeg een hoge opbrengst te realiseren, moeten gezonde knollen
van een vroeg ras voor gekiemd en vanaf half april gepoot worden. Te voren nog extra te laten bewortelen vervroegt een en ander tot 8 dagen.
Met het voorkiemen begint men eind februari, ongeveer 6 weken voor het poten. Platte [fruit] kistjes zijn er zeer goed voor. Men laat ze op een lichte plaats bij een graad of 10C, tot aktie overgaan. Het laten bewortelen  bij een
graad of 15C kan men 14 dagen voor het poten mee beginnen. Omdat de wortels makkelijk kunnen breken, is het verstandig om ze in b.v. jiffy potjes te zetten, deze worden naast elkaar in de kistjes geplaatst.

Aardappel poottijd;

Voor de aller vroegste soorten geld al half Maart de grond in, maar voor de
meeste soorten is Half April en later de meest gangbare tijd.
Als de eerste planten boven komen is het aan te raden om ze gelijk weer te bedekken met aarde [nachtvorst] en zo, dat u als het ware op 1 lijn tunneltjes maakt met behulp van een hark.Is de kans op nachtvorst een beetje over,en
komen dan de planten zo,n 10 cm boven de grond uit, kunt u het geheel een bemesting geven, dat kan met een minerale messtof, daarna weer aanaarden.

 



Spinazie

Een vroeg uitzaaien van spinazie geeft de grootste bladmassa en het minste
oxaalzuurgehalte.Om de spinazie goed te laten groeien is een gemiddelde
bemesting en gelijkmatige vochtigheids toestand van de grond nodig.
Voor de vroege teelt, gebruikt men de scherpzadige soorten, die in geulen
van 4 cm diep gestrooid word .Men gebruikt 20 cm ruimte tussen de rijen.
Goede buren  hier voor zijn tuinbonen, schorseneren en koolrabi.


Planttijd Sla, Koolrabi en Bloemkool;
 

Zodra het weer het toelaat, moeten kropsla, koolrabi en bloemkool geplant worden, en alleen de gezonde zaailingen zijn de moeite waard.
De Bloemkool kan ook om de 2 a 3 weken geplant worden in een afstand
van 40 bij 50 cm. Kweektijd is 2 maanden.


Gewas bescherming.

Als u eind Maart en begin April begint met zaaien van o.a. Radijs, sla, tuin-
kers en uien, dient u wel het gezaaide te beschermen tegen wind en onverwachte kou.
 
Zaaien van,

Wortelen en Zomerrammenas kunnen begin April gezaaid worden. Rode Bieten kunt u vanaf half April tot midden juli zaaien. Even als Augurken,
Komkommer, Pompoenen en Meloen.

De wortelen kunt u na vorming van de eerste blaadjes, uitdunnen, daarna
wel alles aanaarden, om het de wortelvlieg moeilijk te maken om haar
eitjes te laten leggen.


De Doperwten worden eveneens vanaf half April tot midden juni gezaaid De zaai diepte is bij de gekreuktzadige rassen 3-4 cm. Bij de rondzadige
soorten 4-5 cm. De onderlinge afstand bedraagt 3 cm. De rijafstand is 30 -
40 cm. Aangezien de vogels erg gek zijn op de zaden, dient het geheel
afgeschermd te worden met afdek materiaal.



Pastinaak, die meer voedingswaarde heeft dan een wortel, houdt van een
goede humusrijke en vochtige grond. Verse zaden op 30 bij 10 cm afstand
3 cm diep zaaien. Daar tot het ontkiemen 4 weken vergaan, de rijen markeren
met sla of radijs. Zorgen dat het geheel niet kan uitdrogen, dat bevorderd de
groei niet.

Prei;

Ruim in April wel eerst de oude prei op, om doorschieten te voorkomen, al
kunnen bloeiende groenten ook heel mooi zijn.

Zaaien,
kan vanaf eind April,ofwel direct op plaats van bestemming, of op een
zaaibed.
Planten voor de zomer en de herfst, wordt vanaf Mei geplant.
Winter Prei, zaait men vanaf Mei, om uiterlijk de maand Juli geplant te kunnen worden.
Bij het laatste als er ruimte is vrijgekomen op het land, na de aardappelen of zo, maak onderlinge afstand 15 cm, gaten in de grond met de pootstok,zodat
je de prei plant in het gemaakte gat kunt zetten, vochtig houden, en als er groei in zit, regelmatig aan harken. De onderlinge rijafstand bedraagt overi-
gens 30 cm.

 

Diverse soorten uien.

De zilveruitjes of Sint Jan uitjes kunt u nog in April zaaien, niet in een te
zwaar bemeste grond en breedwerpig. Ze zijn heerlijk om in het zuur te zetten
Natuurlijk kunt u ook gewone uien zaaien, alleen deze worden kleiner als
dat u pootuien gebruikt

 



[Stam] Slabonen;

Als planten uit tropische bergwouden zijn bonen vorst gevoelig, maar gedijen
uitstekend in humus rijke en vochtige grond, met wat half schaduw.
Zaaien vanaf 10 Mei, en met tussen pozen van 2 weken tot aan half Juli,
geeft tot aan het einde goede resultaten.
Poot de zaden A 3 of 4 stuks in een diepte van 4 cm.

Stokbonen;

Deze vereisen meer aandacht, maar geven een overvloedige oogst aan bonen.
Na midden Mei zaaien tot aan midden Juni voor de beste resultaten.
Per stok poot u 4 a 5 zaden naast elkaar in een halve cirkel. Bij een grote van
10 a 15 cm aard u de plantjes aan zodat ze de weg naar de stokken mak-
kelijk kunnen vinden.

Tuinkruiden;

Daarin onderscheiden wij de volgende soorten, de eenjarige, 2 jarige en de meerjarige kruiden.
Onder eenjarige zijn er onder meer de Dille, Komkommerkruid, Bonekruid
Majoraan en Basilicum.
De 2 jarige zijn onder meer Anijs, Venkel, Koriander en Peterselie.
In de meerjarige soorten herkennen wij [Chinese] Bieslook, Maggiplant, Dra-
gon, Tym, Hysop en Citroenmelisse.
De meeste genoemde soorten zaait men uit in eind maart en half april, wel
onder bescherming tegen regen en kou. Ruim uitzaaien in een goed mestrijke
en doorlatende grond.

Snij Selderei;

Begin Mei zaaien in rijen van 1 meter, het zeer fijne zaad dun uitstrooien,be-
dek het met een laagje grond, en zeker 3 weken vochtig houden. Later
de te dicht op elkaar staande plantjes uitdunnen, zo dat er om de 15 cm een
plantje over blijft.

Tomaten;

Deze worden na 20 Mei buiten geplant, aangezien ze veel zon en warmte nodig hebben, verdient het de aanbeveling ze afgedekt met folie verder te
kweken. Geschikt is een plaats waarna overvloedige regen snel weg kan
waardoor de gevreesde ziekte blad en stengelrot niet de kop kan opsteken.

Maïs;

Suiker maïs word vanaf half de maand Mei bij een minimum temperatuur van
15C graden gezaaid in een afstand van 60 bij 30 cm. Telkens 3 a 4 zaden per keer in de grond duwen op 4 cm diepte. Meerdere rijen bevorderen de bestuiving, en na opkomst het sterkste plantje laten staan. Als de plantjes
10 cm hoog zijn kunt u bij mesten met een gemengde messtof. Na bemesten
water geven en aan harken.



Asperges;

Wie in maart/april een Asperge bed wil aanleggen, heeft de keuze uit witte en
groene soorten. Voor de laatste hoeft het bed niet verhoogd te worden, maar
ze geven iets dunnere stengels.
Terwijl de witte boven de grond blauw word en vrij van protamine A [caroteen]
is dit bij de groene Asperge omgekeerd, de blauwkleurende stoffen ontbreken
en het bevat rijkelijk caroteen ten gevolge van de licht groene kleur.
De vereisten zij ongeveer gelijk, zon is belangrijk, en een leem houdende
grond met kalkhoudend en humus rijke meststoffen word de voorkeur gegeven.
Op een bed van 1,5 meter breed, word het met 2 rijen benut. De rijafstand
bedraagt 50 cm, en plantafstand 40 cm.
Na het opkomen van de zaailingen, de beschadigde wortels enigszins in-
korten, langs een gespannen lijn iedere plant met een stervormig uitgespreide
wortels op een kleine heuvel zetten, daarna de zaailingen met de humusrijke
teel aarde bedekken.
In het 1ste jaar kunnen de voren worden bedekt, de grond die dreigt uit te drogen, bedekt men met een laag compost.
In het 2de jaar word de oppervlakte bemest, oppervlakkig bewerkt en van de stronkresten en onkruid ontdaan.Let er wel op dat de Aspergevlieg schade aan kan richten.
In het 3de jaar begint men met oogsten van de Asperges, zodra de stengels
20 cm lang zijn geworden, worden ze vlak in de grond afgesneden. Het oogst
jaar eindigt op 1 Juni, vanaf de 2de oogstjaar [4de teeltjaar] wordt tot aan de
langste dag geoogst.

Witlof;

Deze kan gezaaid worden tussen half Mei en begin Juni, op de rij van 40cm.
Om de 10 cm drukt men 2 a 3 zaden de grond in en na opkomst laten wij de sterkste staan. Vanwege de penwortel is goede grond bewerking vooraf een must.
De grond goed vochtig houden en regelmatig bijmesten met een samen ge-
stelde messtof.

                                  

 


Artisjokken;

De teelt van artisjokken begint half februari met het zaaien in kleine potjes,
bij voorkeur gevuld met zaai en stekgrond- te koop bij onze adverteerders-
en dan doet u er 2 zaden in per potje. Deze worden op een lichte en warme plaats gezet, en matig vochtig houden, dat zullen ze snel doen ontkiemen.
Knip z.s.m. het zwakste plantje weg. Eind maart worden de plantjes ver-
speend in 8 cm grote potjes. Wanneer de eerste wortelen onder het potje uitkomen moet men beginnen met de eerste bemesting, en dat 1 maal per week.Tot nu toe blijkt dat uit het zaad verschillende plantjes met dan een kleine en dan een grote bloemknop ontstaan.Die met een grote zijn de moeite waard om het komende jaar mee verder te telen. Om dit uit te zoeken is eerst
veel ruimte nodig op uw tuin, per plant heeft u zo,n 1 vierkante meter ruimte nodig, vandaar.
Buiten, onder een beschermende laag, kunnen de planten 3 a 4 jaar gebruikt worden. Voor verdere teelt kan men ook gebruik maken van de bewortelde uitlopers van de volwassen planten.
In het eerste jaar zal elke plant 4-6 bloemhoofdjes geven om te snijden in augustus. In het 2de jaar zullen het er een stuk of 12 moeten zijn, en kan men in juli gaan snijden. Snijd de hoofdjes als ze rijp en vlezig zijn, maar de
schubben nog dicht zitten. Snoei dus eerst de hoofdknop en daarna de
kleinere zijknoppen.

 

Pompoenen;
Pompoen is een plant die veel bewondering oproept, het moet maar liefst in
1 seizoen enorme vruchten opleveren, en wetende dat sommige soorten wel
10 tallen kilo,s zwaar kunnen worden, deze worden voornamelijk voor tentoon-
stellingen en competities verbouwd. De lichtere soorten zijn echter beter van
smaak, en beter houdbaar. Om ze lang te willen bewaren is de juiste pluktijd
wel van belang, want onrijpe vruchten rotten sneller. Als de pompoen rijp is
verschijnen er kurkachtige lijnen of knobbeltjes op de steel. De vrucht moet
dan keihard zijn, en hol klinken als u er op klopt. Oogst de vruchten altijd
met steel, en laat ze buiten onder een afdakje drogen. De beste bewaar tem-
peratuur is van 8 tot 12 graden Celcius.

 
Boerenkool.

De tuinders krijgen steeds meer een hekel aan om Boerenkool te zaaien
en planten, dit in verband met de witte vlieg. Nu, het is goed te omzeilen
door vroeg te zaaien, uitplanten onder glas, en bij zeer goed weer, glas eraf
halen, op deze manier oogst u de Boerenkool ver voor het verschijnen van de
witte vlieg, en ;; de vorst er over ;; laat u de vrieskist maar doen.



Diverse soorten boontjes en lente uitjes.
 

Verse boontjes en verse uien (zowel lente-uitjes als verse boluien) behoren tot de lekkerste genoegens van de zomer en het vroege najaar. De Belgische tuinbouwers hebben in de voorbije jaren hard gewerkt om de kwaliteit van deze producten te verbeteren en de normen van het Flandria-keurmerk te halen. Dat is niet zo evident omdat deze groenten nog hoofdzakelijk uit de volle grond afkomstig zijn. In volle grondteelt is de combinatie van milieuvriendelijke productie en topkwaliteit moeilijker dan in serres of bij andere vormen van beschutte teelt.

Zes soorten boontjes
Voor verse boontjes zijn er zes soorten met Flandria-keurmerk:

  • Ronde bonen: de bekendste soort verse bonen met de bekende prinsessenbonen en de zeer fijne naaldboontjes (de ‘haricots verts’).
  • Platte bonen: ze lijken op prinsessenbonen maar ze zijn plat en bevatten geen zaden.
  • Tuinbonen: kleine, niervormige bonen die in een peul gevat zitten. Om ze te doppen moet u de middennaad van de peul open maken en de bonen met de duim eruit halen. Leg de bonen meteen in zout water, zo niet worden ze bruin. Rond elke boon zit nog een dun vliesje. Dat kunt u er desgewenst aan laten, al worden tuinbonen wel beter verteerbaar als u dit vliesje vóór het koken verwijdert.
  • Boterbonen: lang en vrij fijne boontjes met een gele tot lichtgele kleur.
  • Pronkbonen: zeer lange platte bonen die fijne zaden bevatten.
  • Spekbonen: lange, dikke en vlezige bonen. Heel lekker.

Deze Flandria-boontjes worden erg jong geoogst. Hun kleur is dan frisgroen, egaal donkergroen of egaal geel (naargelang van de soort). Ze zien er heel vers uit. Ze zijn stevig en knapperig. Ze hebben een gelijkmatige vorm en ze tonen geen enkel spoor van beschadiging, zonverbranding of bruinverkleuring. Bovendien hebben ze geen draadjes, zodat afristen niet meer nodig is. Flandria garandeert dat de boontjes milieuvriendelijk werden geteeld en aan alle normen van voedselveiligheid beantwoorden.

Om volop van deze kwaliteit te genieten kookt of stoomt u de boontjes ongeveer tien minuten, zodat ze beetgaar blijven. Spoel ze na het koken onmiddellijk onder de koudwaterkraan af. Wilt u ze na het koken nog even met een fijngehakt uitje fruiten of stoven, dan kunt u ze beter kort roerbakken in een wokpan dan ze te laten sudderen.

Het seizoen van de Flandria-boontjes loopt van midden mei tot eind oktober, met uitzondering van de verse tuinbonen. Hiervan blijft de aanvoer beperkt tot de periode tussen half juni en half augustus.


Lente-uitjes in vijf diktes
Bij de uien met Flandria-keurmerk gaat het uitsluitend om twee verse types die met loof verkocht worden: de lente-uitjes (in België vaak ‘pijpajuintjes’ genoemd) en de boluien voor verse consumptie. Droog geoogste bewaaruien komen (voorlopig) niet in aanmerking.

Vooral de versheid en het frisse aanzien springen in het oog. Bij de lente-uitjes is de kleur van het loof tot in de top frisgroen zonder enige verkleuring. Dat is belangrijk omdat we dit loof meestal ook eten of gebruiken als decoratie.

Bovendien worden deze lente-uitjes aangeboden in vijf diktes. Bij de fijnste sortering ligt de diameter van het uigedeelte tussen de 0,3 en 0,8 cm. Deze ultrafijne uitjes worden samengebonden in bundeltjes. Elk van de vijf diktes is zowel mét als zonder knol beschikbaar. ‘Zonder knol’ wil zeggen dat het groene loof zonder verdikking overgaat in het witte uigedeelte. De lente-uitjes met het Flandria-keurmerk zijn jaarrond te koop.

Bij de verse Flandria boluien is het loof eveneens frisgroen over de hele lengte, ook al zullen we dat minder vaak rauw consumeren. Hun seizoen loopt van begin mei tot half september. Ze bestaan in drie diktes (fijn, middel en groot) en worden samengebonden in bundeltjes van drie stuks (soms meer bij de fijnste soorten.

Zaaien in juli;

We kunnen nog vroege variëteiten (met een korte groeiperiode) zaaien van broccoli, groenlof, kervel, kool, knolvenkel, biet, tuinkers, een groot gamma slavariëteiten, spinazie, struikboon (tot half juli), peterselie, raap, radijs, rammenas, veldsla, selder, wortel (halflange en lange variëteiten) .......
De keuze van de slavariëteit is heel belangrijk. Het is inderdaad zo dat hoe later sla gezaaid wordt, hoe groter de kans is op doorschieten. Dit doorschieten is eigenlijk de bloemvorming en heeft veel te maken met de daglengte. Maak dus de juiste keuze tussen variëteit en zaaitijdstip.
Voor een nieuwe zaaibeurt is het niet nodig de grond opnieuw te spitten, tenzij die te hard belopen is. Hark de grond met een riek los. Voeg wat compost of turf toe aan de grond.

Schoffelen .... niet alleen tegen het onkruid
Na zwaar onweer kan de grond flink dichtgeslagen zijn. De wortels van de gewassen krijgen hierdoor onvoldoend lucht. Schoffel daarom de grond van zodra het kan. Veel bladgroente, maar ook knol en wortelgewassen krijgen het lastig onder dichtgeslempte grond.

Groenbemester zaaien
Op percelen waar veel groenten na elkaar geteeld worden, is het zaak het gehalte aan organische stof (humus) op peil te houden. Hiertoe kunnen we organische mest, compost of groenbemester gebruiken. De groene massa van deze laatste zorgt voor een goede grondbedekking. Daardoor blijft de structuur beter bewaard en wordt de onkruid ontwikkeling tegengegaan. Bovendien ontstaat er een actief bodemleven. Goede groenbemesters voor uitzaai in juli zijn serradella, wikke, raaigras, Phacelia en Borago (komkommerkruid of bernagie). In september spitten we deze gewassen dan in.

Buiten uitplanten
Tomatenplanten die we in april in de kas zaaiden, worden nu buiten uitgeplant in goede grond en op een beschutte plaats. Dief de planten regelmatig en bind de stam onder elke tros met een lus vast aan een steunstok.
Ook de in april gezaaide wintersavooien, winterprei en spruiten kunnen als nateelt uitgeplant worden. Voor de prei is een afstand in de rij van 10 - 15 cm voldoende. Hoog de prei op om een lang wit gedeelte te bekomen.

Rupsen
Controleer in juli en augustus regelmatig de onderzijde van boon, kool, paprika - en slabladeren op eiafzetting door vlinders. Zodra dit het geval is, moeten we attent zijn op het uitkomen van de eieren. Als we weinig planten hebben, kunnen we de eieren en / of jonge rupsjes direct na het uitkomen stuk wrijven. Tijdig afdekken met insectengaas kan soms eiafzetting voorkomen.

Oogsten
De oogst van onze augurken is nu volop aan de gang. Laat ze vooral niet te groot worden - 2 à 3 cm is een ideale lengte. Pluk ze met zorg zonder de stengel of het blad te beschadigen
.

Bron; www.detuingids.be

 Terug.