Tuintips - 
Kweken van gezonde planten.

 

Intro Tuinallerlei
 
  Intro Tuintips
Bieten  Prei
Etage-ui of boomui  Schorseneren
Artisjokken  Sla
 Venkel   Fruit bomen.
   

 

 

 

 

 

Prei (Allium porrum)

Prei is een tweejarige plant die als een eenjarige groente gegeten wordt. Nauw verwant aan de prei zij alle ui-achtige gewassen. Van de prei eten we de schacht : het gebleekte stengelomvattende gedeelte van de bladeren maar ook de groene delen zijn eetbaar. Om de schacht mals te krijgen wordt deze ondergronds geteeld. In het tweede jaar ontwikkelt zich een bloemstengel, waarop een bolvormig bloemhoofd met lichtpaarse bloemen ontstaat. Oorspronkelijk komt prei uit Zuid-Europa.
Egyptenaren, Grieken en Romeinen waren al liefhebbers van prei. Waarschijnlijk is prei net als knoflook een gekweekte soort en komt hij niet in het wild voor.
Prei groeit op praktisch alle gronden maar deze moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Prei geeft de voorkeur aan een diep bewortelbare grond met een luchtige structuur. Storende lagen moeten daarom doorbroken worden. Een te fijne structuur is ongewenst omdat bij het dichtslaan van de grond een groeistilstand kan optreden ; prei is dan erg gevoelig voor ziekten.
Omdat prei van losse grond houdt moet voor het planten de grond diep losgemaakt worden met een grelinette of spitvork. Storende lagen moeten doorbroken worden. Bij deze bewerking kan organische mest door de grond gewerkt worden. Voorkom tijdens het telen verdichting van de bodem door de prei op bedden te telen. Bewerk de grond na veel regen met een cultivator, zodat de grond luchtig en los blijft.
Prei behoort tot de ui-achtigen, die niet vaker dan één keer in de zes jaar op dezelfde plaats mogen staan. Hierdoor voorkomt u het optreden van ziekten en plagen.

                                                                                                    

Etage-ui of boomui

De etage-ui of boomui is een vaste plant, die uitstekend tegen de Hollandse winter kan. Zowel het bovengrondse deel als het ondergrondse deel zijn geschikt voor consumptie.

 

Schorseneren

Schorseneren is een groente die in de vergeethoek is beland. Het is een prima wintergroente die zelfs bij vorst in de grond bewaard kan blijven. De zandgronden zijn het meest geschikt voor deze lange zwarte wortel. Het oogsten kost wat moeite omdat de wortels nogal lang zijn en makkelijk afbreken.

 

 

Terug.

Artisjokken

Dit is een gewas waarvan de bloembodem eetbaar is. Het is een tweejarige teelt maar als u vroeg, in februari, voorzaait in een verwarmde kas en half mei uitplant krijgt u hetzelfde jaar nog bloemknoppen. De meeste tuinders telen de artisjok voor de mooie bloemen en niet om op te eten.

Rode bieten.

Een eeuwen oud gewas, en wat naar verhouding makkelijk te telen is, deze kunnen, bij goed weer, vanaf half april gezaaid worden, met als uiterste zaai
maand, juli.
Men zaait ze op rijen van 20 - 30 cm, en een centimeter of 3 diep.
Als de plantjes 10 cm. hoog zijn, kan men ze verplanten, mits ze een goede
wortelkluit hebben gecreëerd, en zo dat er tussen de plantjes 6-8 cm ruimte
overblijft.Men kan ze  gaan oogsten, als u in april gezaaid heeft, eind augus-
tus en begin september.
Momenteel is de Egyptische plat ronde een van de bekendste soorten.

 Terug.

Sla.

Naast de kropvormende soorten zoals krop en ijsbergsla, zijn er ook de niet
kropvormende, zoals pluk, snij en krulsla.
Ijsbergsla groeit een stuk langzamer dan de gewone kropsla, maar schiet
niet door. De ijsbergsla is na de oogst redelijk lang houdbaar. Voor degene
die iets aparts wil is er Rosa Pablo, met groenrode krop en de buitenste bladeren rood. Ondanks die concurrentie blijven de traditionele soorten zoals
krop en botersla erg populair, samen met nieuwe aardappelen een waar feest
Er zijn gelukkig voor de hobby tuinder nog een aantal ouderwetse soorten te koop, waaronder Meikoningin en Zwart Duits
Belangrijk is dat de planten zonder onderbreking kunnen door groeien, daar
voor is humusrijke grond nodig, die los van structuur is, en goed vocht kan
vast houden. Zaai regelmatig kleine hoeveelheden, en stem het ras af op
het seizoen, zaai ondiep, want alle types zijn lichtkiemers, bij warm weer komen ze slecht op, dus zaai op een koele plaats, en na opkomst direct in het volle licht. Hoge temperaturen zijn dan niet meer van belang.

Terug.



Waarom een Fruit boom planten?

Wat kan er op tegen fris groen gras en een rijk bloeiende fruitboom? Weinig, geef toe. Ieder voorjaar weer zijn fruitbomen beladen met tedere bloesems een genot om te zien. En later in het jaar kunt u genieten van heerlijke, gezonde vruchten. Van appels, perziken, peren en pruimen. Maar ook van meer bijzondere soorten als abrikozen, mispels en zelfs amandelen. Sommige soorten krijgen in de herfst een schitterende herfstverkleuring. Nog een reden meer om fruitbomen een plaats te geven in een siertuin.
De meeste fruitsoorten zijn als struik en lage, tot zelfs hoge boomvormen verkrijgbaar. Er zijn daardoor rijk bloeiende fruitgewassen voor iedere tuin, van groot tot heel klein. En zelfs duo boompjes, waaraan twee soorten appels groeien en extreem smalle boomvormen (bijna zijtakloos).



Een rijke keuze

  • Appels (Malus domestica) bloeien bijna altijd in roze tinten. De meeste rassen moeten door een ander ras bestoven worden om veel vruchten te vormen, maar er zijn er ook die zichzelf goed bestuiven. Dan is één boompje of struik genoeg. De keuze aan rassen is groot. Voor de tuin zijn oude rassen natuurlijk erg leuk. Vaak hebben de vruchten daarvan een extra heerlijke smaak. Er zijn fris smakende handappels, moesappels en zoete appelrassen.
  • Peren (Pyrus communis) bloeien wit. Al in het stenen tijdperk werden de toen nog harde (stoof)peren gegeten. De bijna in de mond smeltende vruchten die wij nu vooral kennen, bestaan pas sinds ongeveer het jaar 1700. Die werden toen boterperen of beurrés genoemd. Ook peren zijn in allerlei struik- en boomvormen en tientallen (ook oude) rassen te koop.
  • Pruimen (Prunus domestica) zijn heel verschillend in hun vruchten: van de grote Europese pruimen tot kwetsen (voor tutti frutti en gebak), de kleine mirabellen of kroosjespruimen, Reine Claudes enz. Ze bloeien wit. Een pruimenboom is ook een geweldig bezit.
  • Kersen kunnen zowel zoet (Prunus avium) als zuur (P. cerasus) zijn (morellen). Meikersen zitten er qua smaak tussenin. De bloeikleur kan verschillen: van wit tot rozerood. Zoete kersen vragen kruisbestuiving voor de vruchtzetting, zure kersen zijn zelfbestuivers.
  • Abrikozen (Prunus armeniaca) worden meestal als struik op een beschutte plek aangeplant. Rijpe abrikozen uit eigen tuin zijn een verrukkelijke sensatie. Ze bloeien wit of rozerood.
  • Amandel (Prunus dulcis) moet warm en beschut staan. De roze bloemen zijn erg groot en verschijnen vroeg: maart-april. Van de vruchten worden de pitten gebruikt (‘Amaretto’). Uit een kruising met een perzik is P. x amygdalopersica ontstaan, die schitterend dieprood bloeit.
  • Perziken (Prunus persica) bloeien roze en moeten zonnig en beschut staan. Vooral perziken worden vaak als leiboom toegepast. Er zijn uitstekende, zelfbestuivende rassen voor buitenteelt. Nectarines zijn nauw verwant.

Ook erg leuk, mooi bloeiend en lekker: kwee (Cydonia oblonga), mispel (Mespilus germanica) en moerbei (Morus alba en M. nigra).

Goed planten
Plant ze even diep als ze in de pot of op de kwekerij stonden en in een ruim plantgat. Zet op winderige plekken en boompaal bij half- en hoogstamvormen. Spreid de wortels goed uit, druk de grond stevig rond de wortels aan en geef na het inplanten royaal water.

Terug.

Venkel.

In bij voorbeeld Italië eten ze het dagelijks, maar ook bij ons verschijnt ze steeds vaker op het menu, de venkel.
Onze voor ouders namen regelmatig een handje zaad mee naar de kerk, niet
om problemen met de hik te voorkomen, of moedermelk afscheiding, een lastige hoest, menstruatie pijn, maar om de honger te stillen. Venkel heeft
altijd in een hoog aanzien gestaan, want met welk ander kruid kun je meer
doen als Venkel.
De Romeinen doopten de plant met de Latijnse naam Foeniculum ofwel
Foenum -- lees hooi. Omdat zij de geur ervan op hooi deed doen denken. In
Italië bekleedt het nog steeds als hoofd groente een hoge positie, ook voor
sauzen is zij geliefd, evenals pizza beleg. Hier door is de consumptie in de U.S.A. met sprongen voor uit gegaan.
Hier in Nederland gaat het maar mondjes maat vooruit, terwijl zij hier goed
aard. 40% gaat uiteindelijk naar Frankrijk toe, en naar Engeland 25%, slechts
30% procent verorberen wij hier.
De Venkel knollen laten zich makkelijk bereiden, ze bevat weinig calorieën en is vetvrij en zit boordevol calcium, kalium, fosfor en ijzer. Bovendien bevat de
bol veel vitamine C, en het blad er van vitamine B 1 en B2. Verder is de bol
rijk aan etherische oliën die in de aroma therapie weer een rol speelt bij de behandeling van psychische klachten.
Een venkel dient bij de aankoop mooi wit of heel licht groen te zijn, en gaaf,
een venkel die al bruin gekleurd is , is onsmakelijk en taai. Je kunt er mee
roer bakken, stomen, smoren en frituren, evenals pureren, als beleg op harti-
ge broodjes gebruiken, of in hartige taarten en / of sauzen.



Bron; De Stentor.


Terug.