STATUTEN
amateur-Tuindersvereniging “De Aa-Tuinen”
vereniging met volledige rechtsbevoegdheid:
statutair gevestigd te: gemeente Zwolle

 
 
REGELS UIT DE STATUTEN TE VOLGEN: 
 
Artikel 5, punt 4  (algemene leden vergadering)
4. Bij niet-toelating door het bestuur kan degene die zich heeft aangemeld, de algemene ledenvergadering verzoeken alsnog tot toelating te besluiten. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij het bestuur. De algemene ledenvergadering kan alsdan alsnog tot toelating besluiten.
 
Artikel 6, punt 3 (toetreding als lid)
3. Toetreding als lid is niet eerder mogelijk dan na ondertekening van een overeenkomst voor het gebruik van een tuin, welk recht bij het eindigen van het lidmaatschap automatisch komt te vervallen.
 
Artikel 7, punt 1 t/m 2 (verplichting leden)
1. De leden zijn verplicht: 
a. de statuten, reglementen en besluiten van organen van de vereniging na te leven; 
b. de belangen van de vereniging niet te schaden; 
c. alle overige verplichtingen welke de vereniging in naam of ten behoeve van de leden aangaat of welke uit het lidmaatschap van de vereniging voortvloeien, te aanvaarden en na te komen. 
2. Verder kunnen aan de leden verplichtingen worden opgelegd bij huishoudelijk reglement, (gedrags-)codes of bij besluit van de algemene ledenvergadering. 
 
Artikel 8, punt 1 t/m 5 (contributie en andere verplichting leden)
1. De leden (met uitzondering van ereleden) zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage (contributie), die door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
2. Een lid is verplicht zijn financiële verplichtingen op de door de vereniging aangegeven datum (de vervaldatum) te voldoen. Indien het lid een maand na de vervaldatum niet geheel aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan, is hij vanaf die datum zonder recht van beroep uitgesloten van deelname aan de activiteiten van de vereniging totdat hij geheel aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan. Gedurende die periode kan het lid in de vereniging geen rechten uitoefenen en blijft hij verplicht te voldoen aan alle verplichtingen welke uit het lidmaatschap voortvloeien. 
3. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen. 
4. Indien een lid niet tijdig voldoet aan zijn financiële verplichtingen tegenover de vereniging, is het lid vanaf de vervaldatum over het verschuldigde bedrag de wettelijke rente verschuldigd. Blijft het lid geheel of gedeeltelijk in gebreke, nadat hem een nieuwe termijn voor betaling is gegund, dan is het lid behalve de wettelijke rente ook het wettelijke percentage incassokosten over het oorspronkelijke bedrag verschuldigd. Volhardt het lid in zijn verzuim, dan is hij naast de wettelijke rente en genoemde incassokosten ook alle redelijkerwijs voor de inning van zijn schuld aan de vereniging door een advocaat of deurwaarder gemaakte kosten verschuldigd, tenzij de rechter anders beslist. 
5. Leden, hun gasten en familieleden onthouden zich tegenover andere leden van elke vorm van gedrag, opzettelijk of onopzettelijk, dat door het andere lid, dat het ondergaat, als ongewenst, bedreigend, beledigend of gedwongen wordt ervaren. Het in strijd handelen met deze bepaling geldt als een overtreding waarvoor het lid verantwoordelijk wordt gehouden. 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Amateur-Tuindersvereniging “De Aa-Tuinen”
vereniging met volledige rechtsbevoegdheid:
statutair gevestigd te: gemeente Zwolle

REGELS UIT HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT TE VOLGEN:

Artikel 1, punt 3 (lidmaatschap – inschrijfgeld)
3. Iemand die zich wil inschrijven voor het verkrijgen van een tuin dient bij inschrijving €17,50 inschrijfgeld te betalen. Deze betaling is een bevestiging van interesse. Hierna is de inschrijving definitief. Als na een periode van drie jaar geen moestuin beschikbaar wordt gesteld kan restitutie van het inschrijfgeld aangevraagd worden.

Artikel 3 (lidmaatschap – toewijzing, borg)
3. Bij toewijzing van een tuin dient het lid een waarborgsom te betalen. Deze waarborgsom dient als zekerheid voor het in goede staat opleveren van de tuin bij beëindiging van het lidmaatschap. Nadat waarborgsom, contributie en gebruiksvergoeding zijn voldaan ontvangt het lid het bewijs van lidmaatschap. Tegen betaling van een borg wordt een sleutel van de toilet- en schuilruimte van het verenigingsgebouw afgegeven. Deze sleutel blijft eigendom van de vereniging en moet bij beëindiging van het lidmaatschap worden ingeleverd waarna restitutie van de sleutelborg volgt.

Artikel 4 (lidmaatschap – opzeggen en schoonmaken tuin)
Leden, die volgens artikel 10 van de statuten hun lidmaatschap hebben opgezegd, of voor wie het lidmaatschap uit andere hoofde (overlijden uitgezonderd) is beëindigd, dienen hun tuin schoongemaakt te verlaten en alle eigendommen te verwijderen, dit in overleg met de commissaris tuin-inname. Bij nalatigheid hiervan zal de waarborgsom niet worden terugbetaald. Een tuinlid, dat geschorst is heeft geen toegang meer tot de tuin, anders dan voor het schoonmaken en het verwijderen van eigendommen, waarvoor het bestuur schriftelijk een termijn zal vaststellen.

Artikel 16 (geldmiddelen – contributie)
De contributie, moet uiterlijk op 1 februari van het desbetreffende jaar zijn betaald. Indien op 1 maart daaropvolgend, ook na een uitgaande herinnering, nog niet is betaald, volgt schorsing, ingevolge artikel 8 van de statuten. Door het bestuur zal tijdig worden medegedeeld waar, wanneer en op welke wijze betaling kan geschieden.

Artikel 34
Het is niet toegestaan tuinpercelen aan een derde in medegebruik te geven (onderverhuur).

Artikel 35.
De leden zullen op de tuinen elkaars eigendommen zoveel mogelijk beschermen.

Artikel 37.
De tuinen worden regelmatig gecontroleerd op staat van onderhoud en de tuinen er verzorgd uitzien. Hierbij wordt verstaan of deze zijn ontdaan van woekerende gewassen zoals wilde bramen, in grote mate vrij van kweek, zevenblad en andere snelgroeiende/uitzaaiende gewassen inachtneming van artikel 29A. Wanneer blijkt dat het onderhoud te wensen overlaat wordt het tuinlid hierop zo spoedig mogelijk aangesproken. Het tuinlid krijgt hierna 14 dagen de tijd om de tuin op orde te brengen. Wanneer – binnen de gegeven termijn- niet aan het verzoek wordt voldaan krijgt het lid per brief bericht van schorsing. (Zie artikel 9 van de statuten). Bij een situatie van regelmatig terugkerende verwaarlozing van het tuinperceel hoeft het bestuur geen termijn van 14 dagen in acht te nemen en kan zij direct tot schorsing overgaan.

Artikel 39, punt 1 t/m 13. (verplichting van de leden)

  1. hun tuin uiterlijk per 1 mei volledig bewerkt te hebben.
  2. de tuincommissarissen alsook andere bestuursleden te allen tijde op hun tuinperceel toe te laten.
  3. hun tuin in principe zelf te bewerken; het laten spitten en frezen door derden is toegestaan.
  4. de paden langs de tuinen alsook de kanten van sloten en watergangen bij te houden zonder de beplanting te laten woekeren. Aanwezige heggen mogen geen hinder en/of overlast veroorzaken. Maximale hoogte van de heggen en andere afscheidingen is 1,60 meter. NB: Sloten zijn de binnenwateren op het complex; watergangen zijn de (bredere) wateren, die het complex omsluiten.
  5. de sloten en de slootkant zowel boven als onder de waterlijn te onderhouden en duikers en inlaten vrij te houden zodat een goede waterhuishouding wordt gewaarborgd.
  6. het onder 5. gestelde is ook van toepassing op de watergangen met dien verstande, dat het onderhoud zich beperkt tot een meter uit de walkant.
  7. Het talud moet vrij zijn van overhangend begroeiing en mag alleen begroeid zijn met gras of andere beloopbare begroeiing.
  8. Het maken van een stenen trappetje naar de waterkant mag met de restrictie van maximaal 1 meter breed.
  9. Grassen moeten minimaal 2x per jaar gemaaid worden: voor 1 juli en voor 1 oktober.
  10. De walkant/talud loopt +/- 45 graden vanaf de sloot.
  11. binnen een meter vanaf de bovenkant van het talud (walkant) geen obstakels te plaatsen zoals afscheidingen, bouwsels, palen, composthopen etc. Deze ruimte moet over de gehele lengte van de sloten en watergangen van het tuincomplex vrij toegankelijk zijn voor onderhoud en controle.
  12. Al het niet-composteerbare afval af te voeren van het tuincomplex. Het is verboden dit op en buiten de eigen tuin op het complex op te slaan.
  13. bij omstandigheden van ziekte, langdurige afwezigheid e.d. het bestuur tijdig te informeren zodat voor het tuinonderhoud en de bewerking naar een (tussen-) oplossing kan worden gezocht.

Artikel 40. punt 1 t/m 22 (het is leden niet toegestaan om:) 

  1. zodanig aan te planten, dat bij volgroeiing van het gewas, struiken of bomen overlast ontstaat voor de naastgelegen percelen. 
  2. asbest als materiaal op de tuin te gebruiken. Het is evenmin toegestaan om op de tuin grind, gravel, schelpen e.d. te verwerken; ook niet als afdekking van paden, slootkanten, terrasjes etc.
  3. andere tuinen te betreden of kassen of tuinhuisjes te bezoeken zonder toestemming van de eigenaar. De leden dienen er ook op toe te zien, dat huisgenoten en gasten zich aan dit verbod houden. Het betreden van andere tuinen is alleen dan toegestaan wanneer gebruik gemaakt moet worden van het recht van overpad (artikel 32) of ingeval artikel 35 van toepassing is. 
  4. afrasteringen te verbreken, grenspalen te verwijderen of te verplaatsen, ongeacht of deze van de gemeente of van de vereniging zijn. 
  5. fietsen e.d. zodanig op de tuinpaden te plaatsen, dat de doorgang/toegang van anderen wordt belemmerd. 
  6. geschreven of gedrukte stukken aan te plakken of op te hangen of te verspreiden zonder toestemming van het bestuur. 
  7. te jagen of te laten jagen, wild te bemachtigen, eieren te rapen of te vissen. 
  8. de sloten op wat voor manier dan ook af te sluiten. Bij het plaatsen van steigertjes of andere bouwsels dient te allen tijde te worden voorkomen, dat sloten, drainagebuizen en duikers c.q. duikeruitlaten afgesloten dan wel beschadigd raken. 
  9. de slootwallen met stenen, kunstgras, kleden, vloerbedekking en andere niet composteerbare materialen te bedekken.
  10. op het tuincomplex afval te verbranden. Onder afval wordt ook verstaan snoeihout, aardappelloof, bonenstro etc. 
  11. paden buiten de eigen moestuin te bedekken met bijvoorbeeld plastic, kunstgras, kleden, vloerbedekking en andere niet composteerbare materialen.
  12. op het tuincomplex op enigerlei wijze geluidshinder te veroorzaken. 
  13. tot het houden of doen houden van dieren op het tuincomplex (zoals bijvoorbeeld kippen, konijnen, duiven enz.).
  14. afval op het complex zelf, nog bij de in- en uitgangen en/of rond de container te deponeren
  15. op het tuincomplex in enig opzicht handel (commercieel/winstoogmerk) te drijven zonder toestemming van het bestuur.. 
  16. de gereedschappen van de vereniging buiten het tuincomplex te gebruiken of te laten gebruiken. Gebruikte gereedschappen dienen direct na gebruik – schoongemaakt – opgeborgen te worden, op de daartoe aangewezen plaats.
  17. tuinafval (maai-, tuin-, snoeiafval) buiten de eigen tuin te composteren. (Dus ook niet in de gemeentelijke begroeiing van het complex).
  18. om niet moestuin gerelateerde zaken op te slaan op de tuin. Dit ter beoordeling aan het bestuur.
  19. Een barbecue/vuurkorf ect. Te gebruiken voor 17:00 uur, dit in verband met longpatiënten die hier ernstige hinder door kunnen ondervinden. Dispensatie kan worden aangevraagd bij het bestuur.
  20. Het is ten alle tijden verboden geïmpregneerd en/of geverfd hout, restafval en tuinafval te verbranden.
  21. het water uit het verenigingsgebouw te gebruiken om de tuin te besproeien. Dit water mag alleen als drinkwater en/of het wassen van de oogst gebruikt te worden.
  22. op de erfafscheiding tussen tuinen mogen schuttingen, hekjes en dergelijke  niet hoger zijn dan 1.10meter. Reden is onder andere zonneschijn wegnemen.

Artikel 41. 
Op elke tuin mag een gereedschapskist – tevens dienende als zitbank – geplaatst worden met afmetingen in de orde van 2.25 m lang, 0.65 m breed en 0.65 m hoog. Ook het plaatsen van een platte broeibak – mits van behoorlijk materiaal – is op elke tuin toegestaan (echter niet hoger dan 65 cm). Op een tuin kleiner dan 1 are mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 2 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak. 

Artikel 42.
Op een tuin van 1 are en groter mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 3 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak, tuinhuis, schuilhok, schuurtje, overkapping op palen zonder wanden, luifel, kas, tunnelkas met inachtneming van het gestelde in het bestemmingsplan Holtenbroek.

Artikel 43. 
Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen. Ook voor veranderingen aan het bouwsel (als het oppervlakte of de hoogte verandert) moet toestemming gevraagd worden. Nadat de vergunning is verleend kan worden begonnen met de bouw. 

Artikel 44. 
De maximale hoogte van enig bouwwerk mag maximaal 2,40 bedragen. 

Artikel 47. 
Alle in deze artikelen genoemde bouwsels moeten goed worden onderhouden. Al het houtwerk dient geschilderd te worden in gedekte kleuren (groen, bruin, blauw, oker, wit, zwart) hebben de voorkeur. Geïmpregneerd hout hoeft niet geschilderd te worden. Bij onvoldoende onderhoud gelden dezelfde regels als bij nalatig onderhoud van de tuin.

Artikel 48. 
Alle kosten, voortvloeiende uit het plaatsen en/of gebruiken van de in deze artikelen genoemde bouwsels zijn voor rekening van het lid. Ook de kosten van het afbreken, opruimen en afvoeren zijn voor rekening van het lid. 

Artikel 49. 
De percelen mogen slechts door de leden en hun gezinsleden worden gebruikt van zonsopgang tot zonsondergang. 

Artikel 51. 
Het is de leden verboden om op het tuincomplex politieke-/geloofsbeginselen uit te dragen of op welke wijze dan ook hiervoor propaganda te maken. In zijn algemeenheid geldt, dat de leden zich op het tuincomplex gedragen overeenkomstig de doelstellingen van de vereniging (zie art.3 van de statuten). 

VERBOUW GEWASSEN
Punt 1.
De leden worden dringend geadviseerd bij de verbouw van gewassen vruchtwisseling toe te passen.

Zonder vruchtwisseling (wisselteelt) staat hetzelfde gewas ieder jaar steeds op dezelfde plaats. Deze manier van tuinieren draagt ertoe bij, dat de bodem uitgeput raakt en ziekten zich kunnen vestigen


MEST
Punt 1.
De aanvoer en opslag van mest dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot de periode 1 oktober – 1 april. Hiermee wordt een doorlopende vervuiling van het tuincomplex tegengegaan.

Punt 2.
De aangevoerde mest dient terstond te worden afgedekt dan wel ondergewerkt. Hierdoor wordt grondwaterverontreiniging en stankoverlast voorkomen.


BOUWSELS/BOUWWERKEN
Algemeen:

  1. Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen. vergunningen@aatuinen.nl . Dit kan ook mondeling of schriftelijk ingediend worden. Er wordt dan een aanvraagformulier verstrekt. Het aanvraagformulier kan ook gedownload worden vanaf de website www.aatuinen.nl. Pas als toestemming verleend wordt mag men gaan bouwen.
  2. Een hoofdregel is dat niet meer dan 10% van het tuinoppervlak bebouwd mag worden. (10 % is gebaseerd op het bestemmingsplan Holtenbroek Zwolle uit 2010 waarin ook een maximale maat staat vermeld van 10m² voor een kas en 8m² voor elk ander gebouw.) Het bouwwerk mag maximaal 2.40 meter hoog zijn.
  3. Alle bouwsels (tuinhuizen, kassen, tunnelkassen enz.) moeten gemaakt worden van deugdelijk bouwmateriaal. Hoewel het moeilijk is een definitie van “deugdelijk” te geven zal het duidelijk zijn dat makkelijk scheurend plasticfolie, (plastic) vloerlaminaat etc. verboden zijn. Bij voorkeur wordt er UV bestendig tunnel/kas folie gebruikt. Bij twijfel dient overleg gepleegd te worden met het bestuur.
  4. De constructie moet ook stevig zijn. Dit houdt in: zodanig gebouwd zijn dat bij harde wind het bouwsel niet kapot gaat of omwaait. Als dat toch gebeurt dient men spoedig de brokstukken op te ruimen. Als het dreigt te gebeuren dient men ook spoedig maatregelen te nemen om het te voorkomen. Te allen tijde dient voorkomen te worden dat brokstukken in de sloot of op andermans tuin terecht komen.
  5. Uitgangspunt voor de plaatsing is dat het gebouw/bouwsel geen overlast geeft aan de buren/tuinders.
  6. Afstand bouwsel tot erfgrens moet minimaal 1 meter bedragen. Dus circa 1 meter van de grens met de buren, het openbare pad en het sloottalud. (Dat is een meter vanaf het schuine deel).