Bebouwing

Hieronder de informatie die ook staat in het huishoudelijk reglement over alles wat met bebouwingen te maken heeft.

 

 

BOUWSELS

Algemeen:

Bouwsel aanvragen gaan via het contactformulier van de website .Er wordt dan een aanvraagformulier verstrekt. Pas als toestemming verleend wordt mag men gaan bouwen.

Een hoofdregel is dat niet meer dan 10% van het tuinoppervlak bebouwd mag worden.

Alle bouwsels moeten gemaakt worden van kwalitatief goed bouwmateriaal. Geef dan ook aan in je bouwplan welke materialen worden gebruikt. 

Het spreekt voor zich dat het bouwsel stormvast is, om te voorkomen dat bij 20 tuinen je bouwsel bij elkaar moet rapen.

Uitgangspunt voor de plaatsing is dat het gebouw/bouwsel geen overlast geeft voor de buren tuinders.

Begripsomschrijvingen:

Volkstuincomplex Een perceel grond, bestemd ter verkaveling tot volkstuinen en dat geen deel uitmaakt van het erf behorende bij een woning. N.B. het complex van de AA-tuinen ligt op een openbaar terrein en is voor één ieder toegankelijk. Volkstuin Een deel van een volkstuincomplex, dat is bestemd voor de teelt van voeding- en/of siergewassen, niet voor commercieel gebruik Bouwsel/Gebouw: Een door wanden (glas/metaal/hout/plastic) en dak omsloten ruimte voor mensen toegankelijk. Tuinhuis Gebouw geplaatst op een volkstuin. Luifel/Afdak Een, al dan niet op kolommen steunende tegen een tuinhuis

gebouwde overkapping. De luifel wordt meegerekend bij de totale oppervlakte van het tuinhuis. Kweekkas Een gebouw, uitsluitend bestemd voor het kweken en bewaren

van planten en in hoofdzaak samengesteld uit wanden en een dak van glas of een ander doorzichtig materiaal. Het begrip “kweekkas” geldt ook voor een tunnelkas die het gehele jaar blijft staan. Schuilhok Een bouwsel welke aan 1 zijde open is. Broeibak Een plat afgedekte bouwsel, welke uitsluitend dient voor het kweken van planten [platte kas]. Maximale hoogte 60cm. Gereedschapskist Een laag object van maximaal 60cm hoog en uitsluitend bestemd voor het opbergen van tuingereedschap. Overkapping Een op 1 of meer palen gebouwd dak al of niet omgeven door wanden wordt beschouwd als bouwsel en telt mee voor 10% bebouwing.

Artikel 41. Op elke tuin mag een gereedschapskist – tevens dienende als zitbank – geplaatst worden met afmetingen in de orde van 2.25 m lang, 0.60 m breed en 0.60 m hoog. Ook het plaatsen van een platte broeibak – mits van behoorlijk materiaal – is op elke tuin toegestaan (echter niet hoger dan 60 cm). Op een tuin kleiner dan 1 are mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 2 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak.

Artikel 42. Op een tuin van 1 are en groter mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 3 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak, tuinhuis, schuilhok, schuurtje, overkapping op palen zonder wanden, luifel, kas, tunnelkas.

Artikel 43. Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen. Ook voor veranderingen aan het bouwsel (als het oppervlakte of de hoogte verandert) moet toestemming gevraagd worden. Nadat de vergunning is verleend kan worden begonnen met de bouw.

Artikel 44. De maximale hoogte van enig bouwwerk mag maximaal 2,40 meter zijn.

Artikel 45. Het bouwwerk moet binnen 6 maanden nadat de vergunning is verleend worden opgeleverd. De commissaris vergunningen controleert periodiek of de aanwezige bouwsels aan de beschrijving in de vergunning voldoen. Wanneer de afmetingen groter zijn dan waarvoor vergunning is verleend, heeft de tuinder maximaal 1 maand de tijd om de afmetingen aan te passen of een herziene vergunningsaanvraag in te dienen. Wanneer de aanvraag wordt geweigerd (op basis van de artikelen in het huishoudelijk reglement) moet het bouwwerk terstond worden aangepast aan de vergunning.

Artikel 46. Luifels en bouwsels waar een dak op zit worden gezien als bouwsels. Afdeknetten eventueel ondersteund door stokken of bogen worden niet gezien als bouwsel.

Artikel 47. Alle in deze artikelen genoemde bouwsels moeten goed worden onderhouden. Al het houtwerk dient geschilderd te worden in gedekte kleuren (groen, bruin, blauw, zwart) hebben de voorkeur. Geïmpregneerd hout hoeft niet geschilderd te worden. Bij onvoldoende onderhoud gelden dezelfde regels als bij nalatig onderhoud van de tuin (zie artikel 5, lid 1d van de statuten).

Artikel 48. Alle kosten, voortvloeiende uit het plaatsen en/of gebruiken van de in deze artikelen genoemde bouwsels zijn voor rekening van de tuinhuurder. Ook de kosten van het afbreken, opruimen en afvoeren zijn voor rekening van de huurder.

Artikel 49. De tuinhuisjes mogen slechts door de leden en hun gezinsleden worden gebruikt van zonsopgang tot zonsondergang.

Artikel 50. Bij beëindiging van het tuinlidmaatschap mogen bouwsels worden overgedaan aan een nieuwe huurder, voor zover er vergunning voor was afgegeven en de staat van onderhoud voldoende is. In alle andere gevallen dient e.e.a. te worden afgebroken en afgevoerd.