Huishoudelijk Reglement

Onze tuindersvereniging heeft ook een huishoudelijk reglement. Hierin staan regels van uitvoering van en/of aanvullingen op de statuten
Denk hierbij aan zaken als:

  • hoe en wanneer te vergaderen,
  • het beleggen van bijeenkomsten,
  • regels over hoe je lid kunt worden,
  • de betaling van  contributie,
  • het bijhouden van de financiële administratie, of
  • de besluitvorming binnen het bestuur.

Als een vereniging een huishoudelijk reglement heeft dan moeten alle leden zich eraan houden.

Het bestuur kan dit reglement alleen met goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering aanpassen.

 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT vastgesteld op de algemene ledenvergadering  van 14-01-2019

 

Amateur – Tuindersvereniging “De AA-Tuinen” te Zwolle. (Lees overal waar ‘hij’ staat ‘hij/zij’ en waar ‘zijn’ staat ‘haar/zijn’)

Inhoud: Huishoudelijk Reglement, Aanhangsels met bouwtekeningen.

LIDMAATSCHAP

Artikel 1.

  1. De aanmelding voor het lidmaatschap van de vereniging geschiedt bij de commissaris tuinuitgifte of bij een ander lid van het bestuur onder vermelding van naam, voorletters, geboortedatum, adres, postcode en eventueel telefoonnummer.
  1. Bij overlijden van een lid kan het lidmaatschap desgevraagd worden overgedragen aan de echtgenoot/echtgenote, partner of een van de kinderen.

Artikel 2. Voor zover er niet verhuurde tuinen voorradig zijn wordt aan het nieuwe lid een tuin ter beschikking gesteld. Is dat niet het geval, dan plaatst de commissaris tuinuitgifte de namen van de gegadigden in volgorde van aanmelding op een wachtlijst. Tuinen worden dan in volgorde van deze lijst uitgegeven, voor zover de gewenste grootte beschikbaar is.

Artikel 3. Bij toewijzing van een tuin dient het lid een waarborgsom te betalen. Deze waarborgsom dient als zekerheid voor het in goede staat opleveren van de tuin bij beëindiging van het lidmaatschap. Nadat waarborgsom en contributie zijn voldaan ontvangt het lid het bewijs van lidmaatschap alsook een exemplaar van de statuten en het huishoudelijke reglement, waarvoor hij/zij voor ontvangst tekent. Tegen betaling van de kostprijs wordt een sleutel van de toilet- en schuilruimte van het verenigingsgebouw afgegeven. Deze sleutel blijft eigendom van de vereniging en moet bij beëindiging van het lidmaatschap worden ingeleverd, waarna restitutie van de betaalde som volgt.

Artikel 4. Leden, die volgens artikel 5 van de statuten hun lidmaatschap hebben opgezegd c.q. voor wie het lidmaatschap uit andere hoofde (overlijden uitgezonderd) is beëindigd, dienen hun tuin schoongemaakt te verlaten en alle eigendommen te verwijderen, zulks tot genoegen van de tuincommissaris. Bij nalatigheid hiervan zal de waarborgsom niet worden terugbetaald. Een tuinlid, dat geschorst is heeft geen toegang meer tot het gehuurde tuinperceel anders dan voor het schoonmaken en het verwijderen van eigendommen, waarvoor het bestuur schriftelijk een termijn zal vaststellen.

Artikel 5. Een ontzetting ingevolge artikel 5 van de statuten wordt – op voorstel van het bestuur of door tenminste een tiende deel van de leden, die hun voorstel bij het bestuur moeten indienen – door de algemene ledenvergadering uitgesproken.

Artikel 6. Voor geschorste leden vervallen alle rechten, welke uit het lidmaatschap voortvloeien, behoudens het recht op toegang en verweer tijdens de algemene ledenvergadering, waarin het voorstel tot ontzetting wordt behandeld. Dit recht geldt overigens uitsluitend voor die (geschorste) leden, die gebruik hebben gemaakt van mogelijkheid in beroep te gaan volgens artikel 5, lid 2, van de statuten.

BESTUUR

Artikel 7. Betreffende de samenstelling van het bestuur gelden de regels zoals verwoord in de artikelen 7 en 8 van de statuten.

Artikel 8. De taakomschrijving van de bestuursleden (voorzitter, secretaris, penningmeester en commissarissen) wordt door het bestuur vastgesteld en maakt als aparte bijlage “Bestuurstaken” onderdeel uit van het Huishoudelijk Reglement.

Artikel 9. Indien het vooruitzicht bestaat, dat een bestuurslid langer dan twee maanden verhinderd is zijn functie te vervullen is het bestuur gerechtigd een (tijdelijk) vervanger te benoemen. Ingeval die verhindering langer duurt dan 12 maanden kan het betreffende bestuurslid door de algemene vergadering uit zijn functie worden ontslagen.

Artikel 10. De bestuursleden zijn tot geheimhouding verplicht inzake alles wat zij uit hoofde van hun functie weten, zulks met uitzondering van mededelingen in- en verantwoording aan de leden in de algemene ledenvergadering.

Artikel 11. Bestuursleden kunnen op voorstel van het bestuur of van tenminste een tiende deel van de leden, door een daartoe opzettelijk bijeengeroepen algemene ledenvergadering, uit hun functie worden ontslagen. Dit geschiedt niet alvorens zij in de gelegenheid zijn gesteld zich te verantwoorden. Ieder bestuurslid, dat zijn verplichtingen niet nakomt of handelt in strijd met het in de statuten of in dit reglement bepaalde of met de belangen van de vereniging, kan door het bestuur in zijn functie worden geschorst tot de eerstvolgende algemene ledenvergadering. In afwachting van die vergadering is het bestuur bevoegd die maatregelen te nemen, die zij door de ontstane situatie noodzakelijk acht.

Artikel 12. Bestuursleden, die zijn afgetreden, ontslagen of geschorst, zijn verplicht binnen een maand de in hun bezit zijnde boeken, bescheiden en andere eigendommen van de vereniging, aan het bestuur over te dragen.

GELDMIDDELEN

Artikel 13. De geldmiddelen worden door de penningmeester ontvangen en beheerd. Het bestuur is bevoegd te Allen tijde ter controle de openlegging van de boeken van de penningmeester te vorderen. De penningmeester legt tijdens de bestuursvergadering een korte verantwoording af over de afgelopen periode.

Artikel 14. De penningmeester is verplicht een normale kas te hanteren net als een normaal saldo op de Bankrekening. Groteren bedragen zouden op een rentegevende spaarrekening moeten staan die onder het deposito garantiesysteem van de Nederlandse staat valt.

Door de penningmeester mogen alleen uitgaven worden gedaan voor zover daarvoor in de begroting ramingen zijn opgenomen. Noodzakelijke uitgaven, anders dan in de vorige zin bedoeld en uitgaven, die de begrotingsramingen dreigen te overschrijden hebben vooraf de instemming nodig van het bestuur.

Artikel 15. Het bedrag van de contributie (lidmaatschap plus tuinhuur) wordt – evenals de hoogte van de waarborgsom – door de algemene ledenvergadering vastgesteld. De vaststelling van de hoogte van de tuinhuur vindt plaats op basis van het aan de Gemeente Zwolle verschuldigde bedrag vermeerderd met de toe te rekenen kosten van tuinonderhoud door de vereniging.

Een voorstel tot verhoging kan door het bestuur worden ingediend in de najaarscirculaire met de rekening voor de contributie. Wel dient er dan duidelijk op de rekening te staan dat het een voorgestelde contributieverhoging betreft en wat het contributiebedrag is als de algemene ledenvergadering niet akkoord gaat. Op deze wijze kan dus op de algemene ledenvergadering besloten worden de contributie van datzelfde jaar te verhogen.

Artikel 16. De contributie moet uiterlijk op 1 februari van het desbetreffende jaar zijn betaald. Indien op 1 maart daaropvolgend, ook na een uitgaande herinnering, nog niet is betaald, volgt schorsing, ingevolge artikel 5 van de statuten. Door het bestuur zal tijdig worden medegedeeld waar, wanneer en op welke wijze betaling kan geschieden.

Artikel 17. Het aanvaarden van schenkingen onder voorwaarden c.q. met verplichtingen wordt bij bestuursbesluit genomen. Het bestuur legt hierover op de eerstvolgende algemene ledenvergadering verantwoording af.

Artikel 18. Terugbetaling van contributie vindt niet plaats, tenzij het bestuur anders beslist.

FINANCIELE CONTROLE

Artikel 19. De jaarlijkse controle op de financiën en op de administratie daarvan berust bij een kascommissie (artikel 11, lid 3 van de statuten). Bij een tussentijdse vacature in de kascommissie voorziet het bestuur in vervanging.

Artikel 20. De kascommissie is belast met de controle op het financiële beheer door de penningmeester. De commissie is te allen tijde bevoegd inzage te vorderen van alle boeken en bescheiden, welke zij voor haar controle nodig heeft. Bij akkoordbevinding van de boeken worden deze door de leden van de kascommissie voor akkoord getekend. De kascommissie brengt over de controle schriftelijk verslag uit aan het bestuur, welk verslag ter kennis moet worden gebracht van de leden in de eerstvolgende algemene ledenvergadering. Dit verslag bevat minimaal het voordelig c.q. nadelig saldo van het afgelopen boekjaar, een overzicht van de tegoeden per ultimo boekjaar en de conclusie over het financiële beheer door de penningmeester.

Artikel 21. De leden van de kascommissie zijn tot geheimhouding verplicht inzake alles wat zij uit hoofde van hun functie weten, zulks met uitzondering van mededelingen aan- en verantwoording tegenover de leden in de algemene ledenvergadering.

VERGADERINGEN

  1. Algemene Ledenvergadering.

Artikel 22. Elke, volgens de bepalingen van artikel 11 en 12 van de statuten, uitgeschreven algemene ledenvergadering, is gerechtigd besluiten te nemen, ongeacht het aantal aanwezige leden. De aanwezigheid blijkt uit de getekende presentielijst.

Artikel 23. Voor verkiezingen kunnen door ieder lid en/of het bestuur kandidaten worden gesteld. Bij kandidaatstelling door leden dienen de namen tenminste drie dagen voor de algemene ledenvergadering bij het bestuur bekend te zijn.

Artikel 24. De voorzitter is niet verplicht een lid over hetzelfde onderwerp meer dan twee keer het woord te geven tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de vergadering. De voorzitter kan een spreker het woord ontnemen indien deze buiten de orde gaat. Hij is gerechtigd een lid, dat de orde verstoort in de vergadering, het verder bijwonen van de vergadering te ontzeggen. Hij kan de vergadering schorsen en, na overleg met het bestuur, de vergadering verdagen.

  1. Bestuursvergaderingen.

Artikel 25. Het bestuur vergadert zo vaak als noodzakelijk is, doch minimaal vier keer per kalenderjaar. Uitnodigingen voor de bestuursvergaderingen moeten – in zijn algemeenheid – tenminste tien dagen van tevoren in het bezit zijn van de bestuursleden. Bij een uitnodiging dient een agenda te zijn gevoegd met daarop de te behandelen onderwerpen.

Artikel 26. Het bestuur is tot het bijeen roepen van een bestuursvergadering verplicht als tenminste drie bestuursleden daarom vragen. De aanvragers zijn verplicht bij het ingediende verzoek schriftelijk de te behandelen onderwerpen aan te geven.

Artikel 27. Voor het nemen van een besluit in een bestuursvergadering is de aanwezigheid van tenminste vijf leden van het bestuur vereist, tenzij het nemen van een besluit reeds éénmaal wegens onvoldoende aanwezigheid van bestuursleden uitgesteld moest worden en de bestuursleden andermaal voor hetzelfde onderwerp bijeengeroepen zijn.

Artikel 28. In spoedeisende gevallen, waarvoor moeilijk het gehele bestuur kan worden geraadpleegd, wordt door het dagelijks bestuur een beslissing genomen. In de eerstvolgende bestuursvergadering moet deze beslissing door het bestuur worden bekrachtigd.

DE TUIN

Artikel 29.  Onder een tuin wordt verstaan een perceel grond, behorende bij het tuincomplex, dat uitsluitend benut mag worden voor het telen van fruit, bloemen, groenten, aardappelen, laagstam/struikvorm (per 14-01-2019) vruchtbomen en heesters, bestemd voor eigen of gezinsgebruik, zonder deelneming aan het economisch verkeer. Bij een geconstateerde overtreding, speciaal wordt bedoeld de verkoop aan bloem- en groentehandelaren, kan de overtreder uit het lidmaatschap worden ontzet.

Artikel 30. De uitgifte en de verdeling of onderverdeling van de tuinen geschiedt door het bestuur i.c. de ‘commissaris tuinuitgifte’. De leden kunnen – onder opgaaf van redenen – aan het bestuur kenbaar maken, dat ze van tuin willen veranderen. Leden, die hun tuin onvoldoende c.q. niet volgens de regels hebben verzorgd komen niet voor verandering van tuin in aanmerking, behoudens bijzondere omstandigheden ter beoordeling van het bestuur.

Artikel 31. Afhankelijk van de beschikbare percelen wordt aan een tuinlid een perceel van 1, 1 1⁄2, 2 of 3 are toegewezen, echter in principe nooit meer dan 3 are in totaal per tuin-lid. Het bestuur is bevoegd in uitzonderlijke situaties van de grootte van toe te wijzen percelen af te wijken. Niet verhuurde tuinen kunnen voor de restanttermijn van het lopende kalenderjaar tegen een gereduceerde huur of om niet in onderhoud worden gegeven aan leden van de vereniging. Overschrijding van de maximaal te verhuren perceelgrootte van 3 are is in dit geval toegestaan.

Artikel 32. Tuinen kleiner dan 3 are dienen evenwijdig en direct grenzend aan het tuinpad een pad van minimaal 0,50 m breedte te hebben, dat als recht van overpad de kortst mogelijke toegang geeft tot de naastgelegen tuin(en). Dit recht van overpad houdt ook in, dat die percelen waar nodig eenmaal per jaar bereikbaar moeten zijn voor het mechanisch ploegen of frezen. De slootkant moet te allen tijde toegankelijk zijn voor alle werkzaamheden.

Artikel 33.

  1. De leden dienen de wettelijke voorschriften inzake het voorkomen en het bestrijden planten ziekten en andere plagen na te komen. Het bestuur is bevoegd terzake aanwijzingen te geven die binnen de te stellen termijn dienen te worden opgevolgd.
  1. Op het tuincomplex mogen door de individuele leden onder geen enkele voorwaarde onkruid bestrijdingsmiddelen van het soort herbiciden worden gebruikt, in welke vorm dan ook. Deze herbiciden geven te veel risico voor de op de tuinen staande gewassen. Bij constatering/overtreding kan het betreffende lid onmiddellijk worden geschorst, gevolgd door een voorstel tot ontzetting aan de algemene ledenvergadering.
  1. Overige bestrijdingsmiddelen mogen – mits wettelijk toegestaan – alleen volgens de voorschriften op de verpakking worden gebruikt. Hierbij dient men vooral te letten op dosering per liter water of hoeveelheid per oppervlakte. Bestrijdingsmiddelen mogen niet op de tuin of gewassen van andere leden komen. Uitspoelen van gebruikte hulpmiddelen en het weggooien van overschotten mag niet op het tuincomplex plaatsvinden; men dient dit te behandelen als klein chemisch afval.
  1. Zie ook ‘Aanhangsel’ bij dit Huishoudelijk Reglement.

Artikel 34. Het is niet toegestaan gehuurde tuinpercelen aan een derde in medegebruik te geven (onderverhuur).

Artikel 35. De leden zullen op de tuinen elkaars eigendommen zoveel mogelijk beschermen.

Artikel 36. De leden zijn vrij in de keuze van de door hen te verbouwen gewassen, behoudens de beperkingen die zijn opgelegd door wettelijke voorschriften. In een bij dit Huishoudelijk Reglement behorend ‘Aanhangsel’ worden enkele belangrijke zaken dringend geadviseerd.

Artikel 37. De tuinen worden regelmatig gecontroleerd op staat van onderhoud en de tuinen er verzorgd  uitzien. Hierbij wordt verstaan of deze zijn ontdaan van woekerde gewassen zoals wilde bramen, in grote mate vrij van kweek, zevenblad en andere snelgroeiende/uitzaaiende gewassen inachtneming van artikel 29A.

Wanneer blijkt, dat het onderhoud te wensen overlaat wordt het tuin lid hierop zo spoedig mogelijk aangesproken. Het tuin lid krijgt hierna 14 dagen de tijd om de tuin op orde te brengen. Wanneer – binnen de gegeven termijn- niet aan het verzoek wordt voldaan krijgt het lid per aangetekende brief bericht van schorsing. (Zie artikel 5 van de statuten). Bij een situatie van regelmatig terugkerende verwaarlozing van het tuinperceel hoeft het bestuur geen termijn van 14 dagen in acht te nemen en kan zij direct tot schorsing overgaan.

Artikel 38.

Het houden van bijen is toegestaan mits dit van tevoren is aangevraagd bij het bestuur en hiervoor toestemming is verleend door dit orgaan. Met de imker moet een contract zijn opgesteld met daarin de spelregels van o.a. opzegging en goed ‘gastheerschap’. Dit contract kan jaarlijks worden opgezegd.

VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN

Artikel 39. De leden zijn verplicht:

  1. hun tuin goed aan te leggen en steeds in goede staat te houden dit met inachtneming van artikel 29A. Dit ter voorkoming van overlast bij omliggende tuinen.
  2. hun tuin uiterlijk per 1 mei volledig bewerkt te hebben.
  3. de tuincommissarissen alsook andere bestuursleden te allen tijde op hun tuinperceel toe te laten.hun tuin in principe zelf te bewerken; het laten spitten en frezen door derden is toegestaan.
  4. de paden langs de tuinen alsook de kanten van sloten en watergangen bij te houden zonder de beplanting te laten woekeren. De aanwezige heggen mogen geen hinder en/of overlast veroorzaken. Maximale hoogte van de heggen is 1.60 meter. NB: Sloten zijn de binnenwateren op het complex; watergangen zijn de (bredere) wateren, die het complex omsluiten.
  5. de sloten zowel boven als onder de waterlijn te onderhouden en duikers en inlaten vrij te houden zodat een goede waterhuishouding wordt gewaarborgd.
  6. het onder f. gestelde is ook van toepassing op de watergangen met dien verstande, dat het onderhoud zich beperkt tot een meter uit de walkant.
  7. binnen een meter vanaf de bovenkant van het talud (walkant) geen obstakels te plaatsen zoals afscheidingen, bouwsels, palen, composthopen etc. Deze ruimte moet over de gehele lengte van de sloten en watergangen van het tuincomplex vrij toegankelijk zijn.
  8. Alle niet-composteerbare afval af te voeren van het tuincomplex. Het is verboden dit buiten de eigen tuin op het complex op te slaan.
  9. bij omstandigheden van ziekte, langdurige afwezigheid e.d. het bestuur tijdig te informeren zodat voor het tuinonderhoud en de bewerking naar een (tussen) oplossing kan worden gezocht. k. de voor de ingang van de tuinen geplaatste hekjes (die eigendom zijn van de vereniging) goedte onderhouden.

HET IS AAN DE LEDEN VERBODEN

Artikel 40. Het is de leden verboden:

  1. zodanig aan te planten, dat bij volgroeiring van het gewas, struiken of bomen overlast ontstaat voor de naastgelegen percelen.
  2. asbest als materiaal op de tuin te gebruiken. Het is evenmin toegestaan om op de tuin grind, gravel, schelpen e.d. te verwerken; ook niet als afdekking van paden, slootkanten, terrasjes etc.
  3. – verwijderd –
  4. andere tuinen te betreden of kassen of tuinhuisjes te bezoeken zonder toestemming van de eigenaar. De leden dienen er ook op toe te zien, dat huisgenoten en gasten zich aan dit verbod houden. Het betreden van andere tuinen is alleen dan toegestaan wanneer gebruik gemaakt moet worden van het recht van overpad (artikel 32) of ingeval artikel 35 van toepassing is.
  5. afrasteringen te verbreken, grenspalen te verwijderen of te verplaatsen, ongeacht of deze van de gemeente of van de vereniging zijn.
  6. fietsen e.d. zodanig op de tuinpaden te plaatsen, dat de doorgang/toegang van anderen wordt belemmerd.
  7. geschreven of gedrukte stukken aan te plakken of op te hangen of te verspreiden zonder toestemming van het bestuur.
  8. te jagen of te laten jagen, wild te bemachtigen, eieren te rapen of te vissen.
  9. de sloten op wat voor manier dan ook af te sluiten. Bij het plaatsen van steigertjes of andere bouwsels dient te allen tijde te worden voorkomen, dat sloten, drainagebuizen en duikers c.q. duiker-uitlaten afgesloten dan wel beschadigd raken.
  10. de sloot-wallen met plastic te bedekken.
  11. op het tuincomplex afval te verbranden. Onder afval wordt ook verstaan snoeihout, aardappel-loof, bonenstro etc.
  12. op het tuincomplex op enigerlei wijze geluidshinder te veroorzaken.
  13. tot het houden of doen houden van dieren op het tuincomplex (zoals bijvoorbeeld kippen, konijnen, duiven enz.).
  14. op het tuincomplex in enig opzicht handel te drijven.
  15. de gereedschappen van de vereniging buiten het tuincomplex te gebruiken of te laten gebruiken. Gebruikte gereedschappen dienen direct na gebruik – schoongemaakt – opgeborgen te worden, op de daartoe aangewezen plaats.

BOUWSELS

Algemeen:

  1. Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen via het contactformulier van de website . Dit kan ook mondeling of schriftelijk ingediend worden. Er wordt dan een aanvraagformulier verstrekt. Het aanvraagformulier kan ook gedownload worden vanaf de website www.aatuinen.nl. Pas als toestemming verleend wordt mag men gaan bouwen.
  2. Een hoofdregel is dat niet meer dan 10% van het tuinoppervlak bebouwd mag worden. 10 % is gebaseerd op het bestemmingsplan Holtenbroek Zwolle uit 2010.
  3. Alle bouwsels (tuinhuizen, kassen, tunnelkassen enz.) moeten gemaakt worden van deugdelijk bouwmateriaal. Hoewel het moeilijk is een definitie van “deugdelijk” te geven zal het duidelijk zijn dat makkelijk scheurend plasticfolie, (plastic) vloerlaminaat etc. verboden zijn. Bij twijfel dient overleg gepleegd te worden.
  4. De constructie moet ook stevig zijn. Dit houdt in: zodanig gebouwd zijn dat bij harde wind het bouwsel niet kapot gaat of omwaait. Als dat toch gebeurt dient men spoedig de brokstukken op te ruimen. Als het dreigt te gebeuren dient men ook spoedig maatregelen te nemen om het te voorkomen. Te allen tijde dient voorkomen te worden dat brokstukken in de sloot of op andermans tuin terecht komen.
  5. Uitgangspunt voor de plaatsing is dat het gebouw/bouwsel geen overlast geeft voor de buren tuinders.

Begripsomschrijvingen:

Volkstuincomplex Een perceel grond, bestemd ter verkaveling tot volkstuinen en dat geen deel uitmaakt van het erf behorende bij een woning. N.B. het complex van de AA-tuinen ligt op een openbaar terrein en is voor één ieder toegankelijk. Volkstuin Een deel van een volkstuincomplex, dat is bestemd voor de teelt van voeding- en/of siergewassen, niet voor commercieel gebruik Bouwsel/Gebouw: Een door wanden (glas/metaal/hout/plastic) en dak omsloten ruimte voor mensen toegankelijk. Tuinhuis Gebouw geplaatst op een volkstuin. Luifel/Afdak Een, al dan niet op kolommen steunende tegen een tuinhuis gebouwde overkapping. De luifel wordt meegerekend bij de totale oppervlakte van het tuinhuis. Kweekkas Een gebouw, uitsluitend bestemd voor het kweken en bewaren van planten en in hoofdzaak samengesteld uit wanden en een dak van glas of een ander doorzichtig materiaal. Het begrip “kweekkas” geldt ook voor een tunnelkas die het gehele jaar blijft staan. Schuilhok Een bouwsel welke aan 1 zijde open is. Broeibak Een plat afgedekte bouwsel, welke uitsluitend dient voor het kweken van planten [platte kas]. Maximale hoogte 60cm. Gereedschapskist Een laag object van maximaal 60cm hoog en uitsluitend bestemd voor het opbergen van tuingereedschap. Overkapping Een op 1 of meer palen gebouwd dak al of niet omgeven door wanden wordt beschouwd als bouwsel en telt mee voor 10% bebouwing.

Artikel 41. Op elke tuin mag een gereedschapskist – tevens dienende als zitbank – geplaatst worden met afmetingen in de orde van 2.25 m lang, 0.60 m breed en 0.60 m hoog. Ook het plaatsen van een platte broeibak – mits van behoorlijk materiaal – is op elke tuin toegestaan (echter niet hoger dan 60 cm). Op een tuin kleiner dan 1 are mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 2 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak.

Artikel 42. Op een tuin van 1 are en groter mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 3 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak, tuinhuis, schuilhok, schuurtje, overkapping op palen zonder wanden, luifel, kas, tunnelkas.

Artikel 43. Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen. Ook voor veranderingen aan het bouwsel (als het oppervlakte of de hoogte verandert) moet toestemming gevraagd worden. Nadat de vergunning is verleend kan worden begonnen met de bouw.

Artikel 44. De maximale hoogte van enig bouwwerk mag maximaal 2,40 meter zijn.

Artikel 45. Het bouwwerk moet binnen 6 maanden nadat de vergunning is verleend worden opgeleverd. De commissaris vergunningen controleert periodiek of de aanwezige bouwsels aan de beschrijving in de vergunning voldoen. Wanneer de afmetingen groter zijn dan waarvoor vergunning is verleend, heeft de tuinder maximaal 1 maand de tijd om de afmetingen aan te passen of een herziene vergunningsaanvraag in te dienen. Wanneer de aanvraag wordt geweigerd (op basis van de artikelen in het huishoudelijk reglement) moet het bouwwerk terstond worden aangepast aan de vergunning.

Artikel 46. Luifels en bouwsels waar een dak op zit worden gezien als bouwsels. Afdeknetten eventueel ondersteund door stokken of bogen worden niet gezien als bouwsel.

Artikel 47. Alle in deze artikelen genoemde bouwsels moeten goed worden onderhouden. Al het houtwerk dient geschilderd te worden in gedekte kleuren (groen, bruin, blauw, zwart) hebben de voorkeur. Geïmpregneerd hout hoeft niet geschilderd te worden. Bij onvoldoende onderhoud gelden dezelfde regels als bij nalatig onderhoud van de tuin (zie artikel 5, lid 1d van de statuten).

Artikel 48. Alle kosten, voortvloeiende uit het plaatsen en/of gebruiken van de in deze artikelen genoemde bouwsels zijn voor rekening van de tuinhuurder. Ook de kosten van het afbreken, opruimen en afvoeren zijn voor rekening van de huurder.

Artikel 49. De tuinhuisjes mogen slechts door de leden en hun gezinsleden worden gebruikt van zonsopgang tot zonsondergang.

Artikel 50. Bij beëindiging van het tuinlidmaatschap mogen bouwsels worden overgedaan aan een nieuwe huurder, voor zover er vergunning voor was afgegeven en de staat van onderhoud voldoende is. In alle andere gevallen dient e.e.a. te worden afgebroken en afgevoerd.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 51. Het is de leden verboden om in verenigingsverband c.q. op het tuincomplex politieke beginselen e.d. uit te dragen of op welke wijze dan ook hiervoor propaganda te maken. In zijn algemeenheid geldt, dat de leden zich op het tuincomplex gedragen overeenkomstig de doelstellingen van de vereniging (zie art.2 van de statuten).

Artikel 52. De vereniging aanvaardt, behoudens aansprakelijkheid ingevolge de wet en in relatie tot afgesloten verzekeringen, geen aansprakelijkheid voor ongeval of letsel, in welke vorm dan ook, aan leden of bestuursleden overkomen, of voor schade aan eigendommen van leden of bestuursleden door diefstal, verlies, beschadiging of op andere wijze.

Artikel 53. In de gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet, beslist het bestuur, op de wijze zoals bedoeld in artikel 17 van de statuten.

A A N H A N G S E L (Maakt onderdeel uit van het Huishoudelijk Reglement)

VERBOUW GEWASSEN

Punt 1. De leden worden dringend geadviseerd bij de verbouw van gewassen vruchtwisseling toe te passen. Zonder vruchtwisseling (wisselteelt) staat hetzelfde gewas ieder jaar steeds op dezelfde plaats. Deze manier van tuinieren draagt ertoe bij, dat de bodem uitgeput raakt en ziekten zich kunnen vestigen. Bij wisselteelt van bijv. 1:4 staat het gewas eenmaal in de 4 jaar op dezelfde plaats. Advies: Aardappelen, tomaten, paprika, pepers, bonen 1:4 Uien, knoflook, prei, kapucijners, doperwten, tuinbonen 1:6

Punt 2. Leden, die een ander tuinperceel willen huren en waarbij vaststaat dat op het oude perceel nooit of nagenoeg nooit een vorm van wisselteelt is toegepast, komen daarvoor niet in aanmerking.

MEST

Punt 1. De aanvoer en opslag van mest dient zo veel mogelijk te worden beperkt tot de periode 1 oktober – 1 april. Hiermee wordt een doorlopende vervuiling van het tuincomplex tegengegaan.

Punt 2. De aangevoerde mest dient terstond te worden afgedekt dan wel ondergewerkt. Hierdoor wordt grondwaterverontreiniging en stankoverlast voorkomen.

BESTRIJDINGSMIDDELEN

Punt 1. Er mag van worden uitgegaan, dat de – via tuincentra verkregen middelen in klein verpakking – zijn toegestaan. Beschermende maatregelen dienen in acht te worden genomen (gebruik handschoenen, masker etc). Er zal rekening gehouden moeten worden met een toekomstige wettelijke invoering van een particuliere spuitlicentie. Alleen middels een dergelijke licentie zijn deze middelen dan nog verkrijgbaar.

BOUWSELS

Punt 1. Alle bouwsels, die op het tijdstip van de gemeentelijke vergunning aanwezig waren (15-8-2000) en niet voldeden aan de in de vergunning gestelde eisen zijn gedoogd, zolang het lidmaatschap van het betrokken tuinlid niet is beëindigd. Na beëindiging dient het gebouwde te worden afgebroken en afgevoerd. Voor al het gebouwde, dat op genoemde peildatum voldeed aan de voorwaarden, hebben de betrokken leden een vergunning ontvangen. Voor alle opstallen (zowel gedoogd als met vergunning) geldt het in goede staat houden middels regelmatig onderhoud (zie artikel 46 huishoudelijk reglement).

TOEGANG EN GEBRUIK TUINCOMPLEX

Punt 1. Gelet op de verbod-/gebodsborden bij de toegangs-paden tot het tuincomplex is het rijden met motorvoertuigen op het tuincomplex niet toegestaan. Ook het bij zich hebben of uitlaten van honden is verboden.