Onze tuindersvereniging heeft naast de statuten een huishoudelijk reglement. Hierin staan regels van uitvoering van en/of aanvullingen op de statuten
In het huishoudelijk reglement staan:
De regels waar alle leden moeten zich aan moeten houden.
Het bestuur kan dit reglement alleen met goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering aanpassen.
(Lees overal waar ‘hij’ staat ‘hij/zij’ en waar ‘zijn’ staat ‘haar/zijn’)
LIDMAATSCHAP
Artikel 1.
Artikel 2.
Voor zover er lege tuinen zijn wordt aan het toekomstige lid een tuin ter beschikking gesteld. Is er geen tuin vrij, dan plaatst de commissaris tuinuitgifte de namen van de gegadigden in volgorde van aanmelding op een wachtlijst. Tuinen worden in volgorde van deze lijst uitgegeven, voor zover de gewenste grootte beschikbaar is.
Artikel 3.
Bij toewijzing van een tuin dient het lid een waarborgsom te betalen. Deze waarborgsom dient als zekerheid voor het in goede staat opleveren van de tuin bij beëindiging van het lidmaatschap. Nadat waarborgsom, contributie en gebruiksvergoeding zijn voldaan ontvangt het lid het bewijs van lidmaatschap. Tegen betaling van een borg wordt een sleutel van de toilet- en schuilruimte van het verenigingsgebouw afgegeven. Deze sleutel blijft eigendom van de vereniging en moet bij beëindiging van het lidmaatschap worden ingeleverd waarna restitutie van de sleutelborg volgt.
Artikel 4.
Leden, die volgens artikel 10 van de statuten hun lidmaatschap hebben opgezegd, of voor wie het lidmaatschap uit andere hoofde (overlijden uitgezonderd) is beëindigd, dienen hun tuin schoongemaakt te verlaten en alle eigendommen te verwijderen, dit in overleg met de commissaris tuin-inname. Bij nalatigheid hiervan zal de waarborgsom niet worden terugbetaald. Een tuinlid, dat geschorst is heeft geen toegang meer tot de tuin, anders dan voor het schoonmaken en het verwijderen van eigendommen, waarvoor het bestuur schriftelijk een termijn zal vaststellen.
Artikel 5.
Een royement ingevolge artikel 9 van de statuten wordt – op voorstel van het bestuur of door tenminste een tiende deel van de leden, die hun voorstel bij het bestuur moeten indienen – door de algemene ledenvergadering uitgesproken.
Artikel 6.
Voor geschorste leden vervallen alle rechten, welke uit het lidmaatschap voortvloeien, behoudens het recht op toegang en verweer tijdens de algemene ledenvergadering, waarin het voorstel tot royement wordt behandeld. Dit recht geldt overigens uitsluitend voor die (geschorste) leden, die gebruik hebben gemaakt van mogelijkheid in beroep te gaan volgens artikel 9 lid 6 van de statuten.
BESTUUR
Artikel 7.
Betreffende de samenstelling van het bestuur gelden de regels zoals verwoord in de artikel 11 van de statuten.
Artikel 8.
De taakomschrijving van de bestuursleden (voorzitter, secretaris, penningmeester en commissarissen) wordt door het bestuur onderling vastgesteld en maakt als aparte bijlage “Bestuurstaken” onderdeel uit van het Huishoudelijk Reglement.
Artikel 9.
Indien het vooruitzicht bestaat, dat een bestuurslid langer dan zes weken verhinderd is zijn functie te vervullen is het bestuur gerechtigd een (tijdelijke) vervanger te benoemen. Ingeval die verhindering langer duurt dan 12 maanden kan het betreffende bestuurslid door de algemene vergadering uit zijn functie worden ontslagen.
Artikel 10.
De bestuursleden zijn tot geheimhouding verplicht inzake alles wat zij uit hoofde van hun functie weten, zulks met uitzondering van mededelingen in- en verantwoording aan de leden in de algemene ledenvergadering.
Artikel 11.
Bestuursleden kunnen op voorstel van het bestuur of van tenminste een tiende deel van de leden, door een daartoe opzettelijk bijeengeroepen algemene ledenvergadering, uit hun functie worden ontslagen. Dit geschiedt niet alvorens zij in de gelegenheid zijn gesteld zich te verantwoorden. Ieder bestuurslid, dat zijn verplichtingen niet nakomt of handelt in strijd met het in de statuten of in dit reglement bepaalde of met de belangen van de vereniging, kan door het bestuur in zijn functie worden geschorst tot de eerstvolgende algemene ledenvergadering. In afwachting van die vergadering is het bestuur bevoegd die maatregelen te nemen, die zij door de ontstane situatie noodzakelijk acht.
Artikel 12.
Bestuursleden, die zijn afgetreden, ontslagen of geschorst, zijn verplicht binnen een maand de in hun bezit zijnde boeken, bescheiden en andere eigendommen van de vereniging, aan het bestuur over te dragen.
GELDMIDDELEN.
Artikel 13.
De geldmiddelen worden door de penningmeester ontvangen en beheerd. Het bestuur is bevoegd te allen tijde ter controle de openlegging van de boeken van de penningmeester te vorderen. De penningmeester legt tijdens de bestuursvergadering een korte verantwoording af over de afgelopen periode.
Artikel 14.
De penningmeester is verplicht een normale kas te hanteren net als een normaal saldo op de Bankrekening. Grotere bedragen zouden op een rentegevende spaarrekening moeten staan die onder het deposito garantiesysteem van de Nederlandse staat valt.
Door de penningmeester mogen alleen uitgaven worden gedaan voor zover daarvoor in de begroting ramingen zijn opgenomen. Noodzakelijke uitgaven, anders dan in de vorige zin bedoeld en uitgaven, die de begrotingsramingen dreigen te overschrijden hebben vooraf de instemming nodig van het bestuur.
Artikel 15.
Het bedrag van de contributie (lidmaatschap plus gebruiksvergoeding tuin) wordt – evenals de hoogte van de waarborgsom – door de algemene ledenvergadering vastgesteld. De vaststelling van de hoogte van de gebruiksvergoeding vindt plaats op basis van het aan de Gemeente Zwolle verschuldigde bedrag vermeerderd met de toe te rekenen kosten van tuinonderhoud door de vereniging en wordt geïnd door middel van een machtiging.
Een voorstel tot verhoging kan door het bestuur worden ingediend in de najaarscirculaire met de aankondiging van de ALV. Op deze wijze kan dus op de algemene ledenvergadering besloten worden de contributie van datzelfde jaar te verhogen.
Artikel 16.
De contributie, moet uiterlijk op 1 februari van het desbetreffende jaar zijn betaald. Indien op 1 maart daaropvolgend, ook na een uitgaande herinnering, nog niet is betaald, volgt schorsing, ingevolge artikel 8 van de statuten. Door het bestuur zal tijdig worden medegedeeld waar, wanneer en op welke wijze betaling kan geschieden.
Artikel 17.
Het aanvaarden van schenkingen onder voorwaarden c.q. met verplichtingen wordt bij bestuursbesluit genomen. Het bestuur legt hierover op de eerstvolgende algemene ledenvergadering verantwoording af.
Artikel 18.
Terugbetaling van contributie vindt niet plaats, tenzij het bestuur anders beslist.
FINANCIËLE CONTROLE
Artikel 19.
De jaarlijkse controle op de financiën en op de administratie daarvan berust bij een kascommissie (artikel 16 lid 4 van de statuten). Bij een tussentijdse vacature in de kascommissie voorziet het bestuur in vervanging.
Artikel 20.
De kascommissie is belast met de controle op het financiële beheer door de penningmeester. De commissie is te allen tijde bevoegd inzage te vorderen van alle boeken en bescheiden, welke zij voor haar controle nodig heeft. Bij akkoordbevinding van de boeken worden deze door de leden van de kascommissie voor akkoord getekend. De kascommissie brengt over de controle schriftelijk verslag uit aan het bestuur, welk verslag ter kennis moet worden gebracht van de leden in de eerstvolgende algemene ledenvergadering. Dit verslag bevat minimaal het voordelig c.q. nadelig saldo van het afgelopen boekjaar, een overzicht van de tegoeden per ultimo boekjaar en de conclusie over het financiële beheer door de penningmeester.
Artikel 21.
De leden van de kascommissie zijn tot geheimhouding verplicht inzake alles wat zij uit hoofde van hun functie weten, zulks met uitzondering van mededelingen aan- en verantwoording tegenover de leden in de algemene ledenvergadering.
VERGADERINGEN
Artikel 22. Algemene ledenvergadering
Elke, volgens de bepalingen van artikel 17 van de statuten uitgeschreven algemene ledenvergadering, is gerechtigd besluiten te nemen, ongeacht het aantal aanwezige leden met uitzondering van een besluit tot ontbinding . De aanwezigheid blijkt uit de getekende presentielijst.
Artikel 23.
Voor verkiezingen kunnen door ieder lid en/of het bestuur kandidaten worden gesteld. Bij kandidaatstelling door leden dienen de namen tenminste 8 dagen voor de algemene ledenvergadering bij het bestuur bekend te zijn.
Artikel 24.
De voorzitter is niet verplicht een lid over hetzelfde onderwerp meer dan twee keer het woord te geven tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de vergadering. De voorzitter kan een spreker het woord ontnemen indien deze buiten de orde gaat. Hij is gerechtigd een lid, dat de orde verstoort in de vergadering, het verder bijwonen van de vergadering te ontzeggen. Hij kan de vergadering schorsen en, na overleg met het bestuur, de vergadering verdagen.
BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 25.
Het bestuur vergadert zo vaak als noodzakelijk is, maar minimaal vier keer per kalenderjaar. Uitnodigingen voor de bestuursvergaderingen moeten – in zijn algemeenheid – tenminste tien dagen van tevoren in het bezit zijn van de bestuursleden. Bij een uitnodiging dient een agenda te zijn gevoegd met daarop de te behandelen onderwerpen.
Artikel 26.
Het bestuur is tot het bijeenroepen van een bestuursvergadering verplicht als tenminste drie bestuursleden daarom vragen. De aanvragers zijn verplicht bij het ingediende verzoek schriftelijk de te behandelen onderwerpen aan te geven.
Artikel 27.
Voor het nemen van een besluit in een bestuursvergadering is de aanwezigheid van tenminste drie leden van het bestuur vereist, tenzij het nemen van een besluit reeds éénmaal wegens onvoldoende aanwezigheid van bestuursleden uitgesteld moest worden en de bestuursleden andermaal voor hetzelfde onderwerp bijeengeroepen zijn.
Artikel 28.
In spoedeisende gevallen, waarvoor moeilijk het gehele bestuur kan worden geraadpleegd, wordt door het dagelijks bestuur een beslissing genomen. In de eerstvolgende bestuursvergadering moet deze beslissing door het bestuur worden bekrachtigd.
DE TUIN
Artikel 29.
Onder een tuin wordt verstaan een perceel grond, behorende bij het tuincomplex, dat uitsluitend benut mag worden voor het telen van fruit, bloemen, groenten, aardappelen, laagstam/struikvorm vruchtbomen en heesters, bestemd voor eigen of gezinsgebruik, verkoop aan derde wordt niet toegestaan. Bij een geconstateerde overtreding kan de overtreder het lidmaatschap ontzegd worden.
Artikel 30.
De uitgifte en de verdeling of onderverdeling van de tuinen geschiedt door het bestuur, in dit geval door de commissaris tuinuitgifte.
Artikel 31.
Het bestuur is bevoegd in uitzonderlijke situaties van de grootte van toe te wijzen percelen af te wijken. Ongebruikte tuinen kunnen voor de restanttermijn van het lopende kalenderjaar tegen een gereduceerde gebruiksvergoeding of om niet in onderhoud worden gegeven aan leden van de vereniging. Overschrijding van de maximaal te verhuren perceelgrootte van 3 are is in dit geval toegestaan.
Artikel 32.
Tuinen kleiner dan 3 are dienen evenwijdig en direct grenzend aan het tuinpad een pad van minimaal 0,40 m breedte te hebben, dat als recht van overpad de kortst mogelijke toegang geeft tot de naastgelegen tuin(en). Dit recht van overpad houdt ook in, dat die percelen waar nodig eenmaal per jaar bereikbaar moeten zijn voor het mechanisch ploegen of frezen. De slootkant moet te allen tijde toegankelijk zijn voor alle werkzaamheden.
Artikel 33.
Artikel 34.
Het is niet toegestaan tuinpercelen aan een derde in medegebruik te geven (onderverhuur).
Artikel 35.
De leden zullen op de tuinen elkaars eigendommen zoveel mogelijk beschermen.
Artikel 36.
De leden zijn vrij in de keuze van de door hen te verbouwen gewassen, behoudens de beperkingen die zijn opgelegd door wettelijke voorschriften en het huishoudelijk reglement. In een bij dit Huishoudelijk Reglement behorend ‘Aanhangsel’ worden enkele belangrijke zaken dringend geadviseerd.
Artikel 37.
De tuinen worden regelmatig gecontroleerd op staat van onderhoud en de tuinen er verzorgd uitzien. Hierbij wordt verstaan of deze zijn ontdaan van woekerende gewassen zoals wilde bramen, in grote mate vrij van kweek, zevenblad en andere snelgroeiende/uitzaaiende gewassen inachtneming van artikel 29A. Wanneer blijkt dat het onderhoud te wensen overlaat wordt het tuinlid hierop zo spoedig mogelijk aangesproken. Het tuinlid krijgt hierna 14 dagen de tijd om de tuin op orde te brengen. Wanneer – binnen de gegeven termijn- niet aan het verzoek wordt voldaan krijgt het lid per brief bericht van schorsing. (Zie artikel 9 van de statuten). Bij een situatie van regelmatig terugkerende verwaarlozing van het tuinperceel hoeft het bestuur geen termijn van 14 dagen in acht te nemen en kan zij direct tot schorsing overgaan.
Artikel 38. |
Het houden van bijen is toegestaan mits dit van tevoren is aangevraagd bij het bestuur en hiervoor toestemming is verleend door dit orgaan. Met de imker moet een contract zijn opgesteld met daarin de spelregels van o.a. opzegging en goed ‘gastheerschap’. Dit contract kan jaarlijks worden opgezegd.
VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN
Artikel 39. De leden zijn verplicht:
hun tuin uiterlijk per 1 mei volledig bewerkt te hebben.
de tuincommissarissen alsook andere bestuursleden te allen tijde op hun tuinperceel toe te laten.
HET IS DE LEDEN NIET TOEGESTAAN
Artikel 40. Het is niet toegestaan om:
Artikel 41.
Op elke tuin mag een gereedschapskist – tevens dienende als zitbank – geplaatst worden met afmetingen in de orde van 2.25 m lang, 0.65 m breed en 0.65 m hoog. Ook het plaatsen van een platte broeibak – mits van behoorlijk materiaal – is op elke tuin toegestaan (echter niet hoger dan 65 cm). Op een tuin kleiner dan 1 are mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 2 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak.
Artikel 42.
Op een tuin van 1 are en groter mag maximaal 10% van het oppervlak bebouwd worden met maximaal 3 van de volgende bouwsels: gereedschapskist, platte broeibak, tuinhuis, schuilhok, schuurtje, overkapping op palen zonder wanden, luifel, kas, tunnelkas met inachtneming van het gestelde in het bestemmingsplan Holtenbroek.
Artikel 43.
Voordat men gaat bouwen moet een aanvraag ingediend worden bij de commissaris vergunningen. Ook voor veranderingen aan het bouwsel (als het oppervlakte of de hoogte verandert) moet toestemming gevraagd worden. Nadat de vergunning is verleend kan worden begonnen met de bouw.
Artikel 44.
De maximale hoogte van enig bouwwerk mag maximaal 2,40 bedragen.
Artikel 45.
Het bouwwerk moet binnen 6 maanden nadat de vergunning is verleend worden opgeleverd. De commissaris vergunningen controleert periodiek of de aanwezige bouwsels aan de beschrijving in de vergunning voldoen. Wanneer de afmetingen groter zijn dan waarvoor vergunning is verleend, heeft de tuinder maximaal 1 maand de tijd om de afmetingen aan te passen of een herziene vergunningsaanvraag in te dienen. Wanneer de aanvraag wordt geweigerd (op basis van de artikelen in het huishoudelijk reglement) moet het bouwwerk terstond worden aangepast aan de vergunning.
Artikel 46.
Luifels en bouwsels waar een dak op zit worden gezien als bouwsels. Afdeknetten eventueel ondersteund door stokken of bogen worden niet gezien als bouwsel.
Artikel 47.
Alle in deze artikelen genoemde bouwsels moeten goed worden onderhouden. Al het houtwerk dient geschilderd te worden in gedekte kleuren (groen, bruin, blauw, oker, wit, zwart) hebben de voorkeur. Geïmpregneerd hout hoeft niet geschilderd te worden. Bij onvoldoende onderhoud gelden dezelfde regels als bij nalatig onderhoud van de tuin.
Artikel 48.
Alle kosten, voortvloeiende uit het plaatsen en/of gebruiken van de in deze artikelen genoemde bouwsels zijn voor rekening van het lid. Ook de kosten van het afbreken, opruimen en afvoeren zijn voor rekening van het lid.
Artikel 49.
De percelen mogen slechts door de leden en hun gezinsleden worden gebruikt van zonsopgang tot zonsondergang.
Artikel 50.
Bij beëindiging van het lidmaatschap mogen bouwsels worden overgedaan aan een nieuwe gebruiker, voor zover er vergunning voor was afgegeven en de staat van onderhoud voldoende is. In alle andere gevallen dient e.e.a. te worden afgebroken en afgevoerd.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 51.
Het is de leden verboden om op het tuincomplex politieke-/geloofsbeginselen uit te dragen of op welke wijze dan ook hiervoor propaganda te maken. In zijn algemeenheid geldt, dat de leden zich op het tuincomplex gedragen overeenkomstig de doelstellingen van de vereniging (zie art.3 van de statuten).
Artikel 52.
De vereniging aanvaardt, behoudens aansprakelijkheid ingevolge de wet en in relatie tot afgesloten verzekeringen, geen aansprakelijkheid voor ongeval of letsel, in welke vorm dan ook, aan leden overkomen, of voor schade aan eigendommen van leden door diefstal, verlies, beschadiging of op andere wijze.
Artikel 53.
In de gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet, beslist het bestuur, op de wijze zoals bedoeld in artikel 25 van de statuten.
Begripsomschrijvingen:
Volkstuincomplex; | Een perceel grond, bestemd ter verkaveling tot volkstuinen en dat geen deel uitmaakt van het erf behorende bij een woning. N.B. het complex van de AA-tuinen ligt op een openbaar terrein en is voor eenieder toegankelijk. |
Volkstuin; | Een deel van een volkstuincomplex, dat is bestemd voor de teelt van voeding- en/of siergewassen, niet voor commercieel gebruik |
Bouwsel/bouwwerk: | Gebouw/ overkapping/tuinkas ect geplaatst op een volkstuin. (alles met een dak) |
Tuinhuis/schuur; | Een door wanden (glas/metaal/hout/plastic) en dak omsloten ruimte voor mensen toegankelijk. |
Luifel/Afdak | Een, al dan niet op kolommen steunende tegen een tuinhuis gebouwde overkapping. De luifel wordt meegerekend bij de totale oppervlakte van het tuinhuis. |
Kweekkas; | Een gebouw, uitsluitend bestemd voor het kweken en bewaren van planten en in hoofdzaak samengesteld uit wanden en een dak van glas of een ander doorzichtig materiaal. Het begrip “kweekkas” geldt ook voor een tunnelkas die het gehele jaar blijft staan. |
Schuilhok; | Een bouwsel dat aan 1 of twee zijden open is. |
Broeibak; | Een plat afgedekt bouwsel, dat uitsluitend dient voor het kweken van planten [platte kas]. Maximale hoogte 66cm |
Gereedschapskist; | Een laag object van maximaal 65 cm hoog en max 2,5 meter lang en uitsluitend bestemd voor het opbergen van tuingereedschap. |
Overkapping; | Een op 1 of meer palen gebouwd dak al of niet omgeven door wanden wordt beschouwd als bouwsel en telt mee voor 10% bebouwing. |
VERBOUW GEWASSEN
Punt 1.
De leden worden dringend geadviseerd bij de verbouw van gewassen vruchtwisseling toe te passen.
Zonder vruchtwisseling (wisselteelt) staat hetzelfde gewas ieder jaar steeds op dezelfde plaats. Deze manier van tuinieren draagt ertoe bij, dat de bodem uitgeput raakt en ziekten zich kunnen vestigen.
Bij wisselteelt van bijv. 1:4 staat het gewas eenmaal in de 4 jaar op dezelfde plaats.
Advies: Aardappelen, tomaten, paprika, pepers, bonen 1:4
Uien, knoflook, prei, kapucijners, doperwten, tuinbonen 1:6
Punt 2.
Leden, die een ander tuinperceel willen gebruiken en waarbij vaststaat dat op het oude perceel nooit of nagenoeg nooit een vorm van wisselteelt is toegepast, komen daarvoor niet in aanmerking.
MEST
Punt 1.
De aanvoer en opslag van mest dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot de periode 1 oktober – 1 april. Hiermee wordt een doorlopende vervuiling van het tuincomplex tegengegaan.
Punt 2.
De aangevoerde mest dient terstond te worden afgedekt dan wel ondergewerkt. Hierdoor wordt grondwaterverontreiniging en stankoverlast voorkomen.
BESTRIJDINGSMIDDELEN
Er mag van worden uitgegaan, dat – via tuincentra verkregen middelen in kleinverpakking – zijn toegestaan. Beschermende maatregelen dienen in acht te worden genomen (gebruik handschoenen, masker etc). Er zal rekening gehouden moeten worden met een toekomstige wettelijke invoering van een particuliere spuitlicentie. Alleen middels een dergelijke licentie zijn deze middelen dan nog verkrijgbaar.
SNOEIEN VAN HEGGEN EN ONDERHOUD SLOTEN EN WATERGANGEN
Bij het snoeien van heggen en bomen wordt dringend geadviseerd rekening te houden met het broedseizoen dat loopt van begin maart tot medio juli.
Onderhoud aan sloten en watergangen bij voorkeur voor 1 november en na 1 april uitvoeren in verband met bescherming van het waterleven.
BOUWSELS/BOUWWERKEN
Algemeen:
BESTUURSTAKEN
de VOORZITTER:
De voorzitter is het gezicht van de organisatie, naar buiten en naar binnen.
Zijn of haar taken zijn:
SECRETARIS:
De secretaris is de schrijver van het bestuur en daarmee van de organisatie. Zijn of haar taken zijn:
PENNINGMEESTER:
De penningmeester beheert het geld van de organisatie. Zijn of haar taken zijn:
COMMISSARIS TUINUITGIFTE:
De commissaris Tuinuitgifte regelt de zaken met betrekking tot uitgifte van tuinen.
COMMISSARIS TUININNAME:
De commissaris Tuininname regelt de zaken met betrekking tot opzeggen van tuinen.
COMMISSARIS TUINZAKEN:
Organiseert en controleert, samen met de overige bestuursleden, de tuinen en beoordeelt de tuinen aan de hand van het huishoudelijk regelement.
COMMISSARIS VERGUNNINGEN:
Checkt of aanvragen voor bebouwing voldoen aan de regels van het bestemmingsplan het huishoudelijk regelement.